Sociaal Economisch Initiatief
Curaçao
Bouwen aan een zekere toekomst
Versie 26 maart 2008
Inhoudsopgave
Inhoudsopgave 2
Executive summary 4
1 Inleiding 6
1.1 Verantwoording 7
1.2 Indeling van dit rapport 8
2 Denkkader 9
2.1 SEI kenmerken 9
2.2 Algemeen denkkader 9
2.3 SEI doelstellingen 11
2.4 Middelen 12
2.5 Financiering 13
2.6 Beleidsvelden 14
2.7 Relatie met andere programma’s en donoren 15
3 Herstructurering systemen sociale zekerheid 17
3.1 Onderstand 17
3.2 Algemene ouderdomsvoorziening 18
4 A: Openbaar Bestuur - overheidsfinanciën 22
4.1 Verbeteren begrotingsvoorbereiding, -uitvoering en verantwoording; meerjarige begrotingen 22
4.2 Corporate governance en subsidieverstrekking 23
4.3 Verbeteren inning belastinggelden en andere middelen 24
4 B: Openbaar Bestuur - Ontwerp en Implementatie Pais Kòrsou 26
4.4 Integratie van Land en Eiland apparaten 27
4.5 Competentie ontwikkeling 28
4.6 Verbeteren basisadministraties 29
5 Herstructurering economie 31
5.1 Inleiding 31
5.2 Research lange termijn economische ontwikkeling 31
5.3 Verbeteren investeringsklimaat 35
5.4 Bevorderen ondernemerschap en verbeteren kapitaalmarkt 39
5.5 Investeren in de economische infrastructuur 41
6 Arbeidsmarkt 46
6.1 Inleiding 46
6.2 Verbetering aansluiting beroepsonderwijs op arbeidsmarkt 48
6.3 Uitbouw van arbeidsgericht onderwijs (AGO) 51
6.4 Hoger onderwijs 52
6.5 Bevordering mobiliteit 54
7 Sociale voorzieningen 56
7.1 Armoedebestrijding 56
7.2 Leefklimaat in de wijken 58
a. Wijkcentra en acute noden in wijken 58
7.3 Jeugdbeleid 61
a. Algemeen 62
7.4 Migrantenbeleid en integratie 64
7.5 Gezondheidzorg 65
8 Uitvoeringsorgaan 68
Bijlage A: Macro-economische en budgettaire effecten van SEI 69
Bijlage B: Overzicht voorstellen fiscale maatregelen 76
Bijlage C: Enkele kenmerken van de structurele jeugdproblematiek 78
Bijlage D: Kosten gezondheidzorg verzekerd via SVB en BZV 79
Bijlage E: Inrichting Nieuwe Belastingdienst 80
Belastingadministratie 80
Informatie & Communicatie Technologie 80
Bijlage F: Meerjarenprojecties onderstanduitkeringen 82
Bijlage G: Pensioenparticipatie 83
Bijlage H: Verplichtingen voortvloeiend uit het Programma Duurzame Economische Ontwikkeling 2005-2007 84
Bijlage I: Samenvattend overzicht maatregelen en impulsen 85
Executive summary
Het Sociaal-Economisch Initiatief (SEI) van Curaçao heeft als doelstelling om in de periode 2008-2010 een aantal projecten, hervormingen en maatregelen te introduceren die moeten leiden tot duurzame verbeteringen in de economische structuur en sociale achterstanden op Curaçao. Het SEI besteedt tevens aandacht aan een aantal bestuurlijke hervormingen, die in het licht van de op komst zijnde autonome status van Curaçao noodzakelijk zijn om de kwaliteit en continuïteit van het bestuur te garanderen. Tenslotte is een aantal initiatieven opgenomen die het functioneren van de arbeidsmarkt dienen te verbeteren, waarmee zowel economische als sociale doelstellingen bereikt worden.
Het SEI vindt haar oorsprong in de Slotverklaring van november 2006 en de toetreding van Curaçao tot het Overgangsakkoord in augustus 2007. In september 2007 heeft het Bestuurscollege van Curaçao een SEI Commissie in het leven geroepen met brede participatie uit de gemeenschap. De opdracht van de commissie was om een breed gedragen programma op te stellen dat aan de bovengenoemde doelstellingen voldoet. Dit programma is in het onderhavige dossier uitgewerkt.
Voor het SEI is oorspronkelijk ANG 60,5 miljoen beschikbaar gesteld door Nederland. In overleg met Nederland is overeengekomen dat in de periode 2008-2010 ook 30% van de reguliere ontwikkelingsgelden aangewend kan worden voor SEI. Daarmee komt het totale budget van SEI, na aftrek van de USONA management fee, uit op ongeveer ANG 123,6 miljoen (deels afhankelijk van koersschommelingen).
De SEI commissie heeft als eerste een “denkkader” in detail verder uitgewerkt waarin de doelstellingen, beleidsvelden en middelen verder worden ontgewerkt. Tevens komt daarin aan de orde wanneer een initiatief als een SEI initiatief kan worden aangemerkt. Trefwoorden in deze zijn korte termijn uitvoerbaarheid, duurzaam positief effect op het sociaal-economische welzijn, uitvoerbaarheid en slaagkans. Hierna heeft zij een breed traject uitgezet om van een groot aantal belanghebbenden voorstellen te verkrijgen die aan de SEI criteria voldoen. Dit heeft geleid tot meer dan 250 potentiële initiatieven. De SEI commissie had de moeilijke taak om uit deze, meestal serieuze, goed voorbereide, en ook noodzakelijke voorstellen de initiatieven te halen die het meest aansloten bij de SEI doelstellingen (met name bleek de bijdrage aan duurzame verbeteringen een belangrijk criterium) en daarbij ook binnen de beschikbare financiële ruimte te blijven. Dit heeft geleid tot 114 uitgekozen initiatieven. Bij een aantal projecten is het voornemen om een “joint venture” te vormen en deze projecten gezamenlijk te financieren met SEI middelen en andere fondsen, afkomstig van het Eilandgebied, de private sector of andere donoren. Samengevat over de vier hoofdgebieden die het SEI raken, samen met de herstructurering van systemen van sociale zekerheid, zijn de fondsen en het aantal initiatieven als volgt verdeeld :
Sector Aantal projecten Totaal budget waarvan: SEI financiering
Hfd 3. Sociale zekerheid 5 0 0 0%
Hfd 4. Openbaar bestuur 11 46,225,000 23,425,000 18%
Hfd 5. Herstructurering economie 37 179,138,000 72,371,000 55%
Hfd 6. Arbeidsmarkt 19 15,442,000 12,442,000 10%
Hfd 7. Sociale voorzieningen 46 25,855,000 22,515,000 17%
Totaal SEI projecten 118 266,660,000 130,753,000
Financiering verplichtingen DEO 9 6,297,452 6,297,452
Totaal SEI begroting 127 272,957,452 137,050,452
Naast de directe investeringsimpulsen (waarvan met name in het economisch deel sprake van is) zijn er ook veel initiatieven opgenomen die niet zozeer een investering van geld betekenen, maar bestaande stelsels omvormen om zo sociaal-economische ontwikkeling te stimuleren of obstakels uit de weg te nemen. Gedacht kan worden aan thema’s als omvorming van het pensioenstelsel en de sociale opvang, betere aansluiting van vraag en aanbod in de arbeidsmarkt, verminderen van red tape bij aanvragen economische vergunningen, enzovoorts. Dit soort maatregelen, die vaak niet veel geld hoeven te kosten, kunnen grote rendementen opleveren in het sociaal-economisch welzijn van de Curaçaose burger.
Tenslotte is het belangrijk dat het SEI programma, dat zeer breed is qua aard van activiteiten en actoren, en bovendien in een relatief beperkte tijd moet worden afgerond, tijdens de uitvoering goed gecoördineerd wordt. Hiertoe is een voorstel ontwikkeld voor een uitvoeringsorgaan, dat breed gedragen wordt en de coördinatie tussen de donor en de verschillende actoren zal verzorgen en het SEI tijdens haar doorlooptijd zal managen. Het uitvoeringsorgaan valt in eerste instantie onder de verantwoordelijkheid van de Gezaghebber en na overgang naar Land, de Minister van Algemene Zaken.
1 Inleiding
Bouwen aan een zekere toekomst. In de periode van transitie naar ‘Pais Kòrsou ’ is het van belang om deze filosofie in stand te houden. In de concept Kadernota Pais Kòrsou staat als toekomstvisie: “een land waarin mensen hun mogelijkheden volledig kunnen realiseren en genieten van een hoge leefkwaliteit, door middel van een hoog onderwijsniveau, een duurzaam sociaal-economische ontwikkeling en verantwoord bestuur”.
In de context van de transitie naar Pais Kòrsou is onderkend dat Curaçao op een aantal fundamentele gebieden nog een aanmerkelijke achterstand kent. In de Slotverklaring d.d. 2 november 2006 en bij de toetreding van Curaçao tot het Overgangsakkoord d.d. 28 augustus 2007 wordt daarom gesproken van de noodzaak extra middelen in te zetten voor een aantal inhaalslagen op sociaal, economisch en bestuurlijk gebied. Deze inhaalslagen dienden uitgewerkt te worden in een Sociaal Economisch Initiatief (SEI).
In artikel 10 van de Toetreding van Curaçao tot het Overgangsakkoord staat het volgende over het SEI:
In het Sociaal Economisch Initiatief van Curaçao zullen concrete beleidsmaatregelen worden opgenomen die gericht zijn op het gezond maken van de overheidsfinanciën, een noodzakelijke hervorming van de economische structuur en de reorganisatie van het overheidsapparaat. Investeringsimpulsen en een sociaal vangnet zullen eveneens een onderdeel vormen van het Sociaal Economisch Initiatief. Ter ondersteuning van de uitvoering van het Sociaal Economisch Initiatief zal Nederland aan Curaçao in totaal ANG 60,5 miljoen beschikbaar stellen.
Het doel van het SEI is om op zorgvuldig geselecteerde gebieden een inhaalslag te maken en zorg te dragen voor een gezonde start, door hervorming van de economie en broodnodige investerings- en welzijnsimpulsen, zodat Pais Kòrsou met een gezonde basis kan starten.
Terwijl de uitvoering het SEI een korte-termijn tijdsspanne heeft (2008-2010), wordt tijdens deze periode de langere termijn planning van Pais Kòrsou verder ontwikkeld. De totaliteit van SEI maatregelen zullen niet alleen korte-termijn resultaten boeken, maar ook een fundament leggen voor de lange-termijn visie en daarmee een duurzaam karakter hebben. Een aantal SEI initiatieven zullen zich richten op een gedegen bestuurlijke inrichting en het ontwikkelen van een lange termijn economische strategie, en er dient een gedegen afstemming te zijn met strategie die in andere organen ontwikkeld wordt.
Wil men de sociale ontwikkeling van de bevolking bevorderen, dan dient een inhaalslag gemaakt te worden in het bestendigen van een goede kwaliteit van het sociaal kapitaal (human capital). De nadruk ligt dan ook op het activeren van mensen: alle initiatieven binnen het welzijnsbeleid dienen bij te dragen aan een verhoogde participatiegraad. Een verhoogde participatiegraad is te bereiken door belemmeringen in de arbeidsmarkt weg te nemen, armoede te bestrijden en door de jeugd te prikkelen deel te nemen aan de arbeidsmarkt.
Een gezond overheidsapparaat, zowel gezien vanuit het oogpunt van een verantwoord financieel beleid als vanuit het oogpunt van bestuurlijke daadkracht, is een voorwaarde voor het bereiken van de doelstellingen van Pais Kòrsou. Om deze reden wordt ook hieraan aandacht besteed binnen het SEI. Een nadere invulling van het verbetertraject financieel beheer vindt in onderlinge afstemming plaats als onderdeel van het samenwerkingsprogramma Institutionele Versterking en Bestuurskracht. Het SEI omvat met name beleidsvelden waar grote achterstanden geconstateerd zijn en beleidsvelden waar interventies duurzame economische en sociale ontwikkeling kunnen bevorderen. Het opgestelde document is dus zeker niet een alles omvattend sociaal-economisch beleidsdocument en pretendeert dat ook niet te zijn. Het SEI is daarmee ook geen vervanging voor regulier beleid, aangezien voor een integraal plan om alle achterstanden weg te werken, aanzienlijk meer tijd en resources vereist zijn dan voor het SEI beschikbaar zijn. Het SEI moet noodgedwongen keuzes maken en prioriteiten stellen, waarbij met name het accent gelegd wordt op maatregelen en initiatieven die op korte termijn duurzame verbeteringen teweeg kunnen brengen. Hiermee wordt de basis gelegd voor een duurzaam verbeteringsproces dat ook na het SEI zal voortduren.
1.1 Verantwoording
Dit rapport is tot stand gekomen onder de verantwoordelijkheid van de SEI Commissie, ingesteld door het Bestuurscollege bij besluit 2007/37658 d.d. 5 september 2007. De SEI commissie heeft in de periode september-december 2007 regelmatig vergaderd (minimaal 1x per week) om de inhoud van het SEI en de verschillende maatregelen en impulsen te bespreken.
De SEI Commissie heeft gewerkt op basis van de haar door diverse organisaties en overheidsdiensten aangereikte projecten. De SEI Commissie heeft zelf geen projecten geïnitieerd, doch wel ruimte gelaten om SEI middelen aan te wenden voor aanvullende projectvoorstellen, met name in de (sub)beleidsvelden met nog weinig actiepunten.
In de SEI Commissie is een aantal maatschappelijke groeperingen vertegenwoordigd. In de commissie hebben zitting:
Dhr. W. Curiel (voorzitter)
Dhr. R. Chong (Dienst Economische Zaken)
Dhr. I. Kuster (Afdeling Financiën)
Mw. E. Capella (Sociaal Kennis Centrum)
Dhr. J. Larmonie (Bureau Staatkundige Vernieuwing)
Dhr. U. Batta (Dienst Openbare Werken)
Dhr. S. Montesant (FiDE)
Mw. I. Pikerie (Project Management Office)
Dhr. J. Jacobs (werkgeversorganisaties)
Dhr. R. Ignacio (werknemersorganisaties)
Dhr. D. Lopes (Raad van Kerken)
Dhr. R. Doran (NGO sector)
Secretariaat
Dhr. A. Mollen (Deloitte)
Dhr. L. Girigorie (Dienst Ecobomische Zaken)
Mw. I. Copra (Dienst Economische Zaken)
Dhr. J. Jansen (Sociaal Kennis Centrum)
1.2 Indeling van dit rapport
In het volgende hoofdstuk komt het denkkader aan bod. Hierin worden de beoogde resultaten, karakteristieken en voorgestelde maatregelen en impulsen van SEI besproken.
Hoofdstuk 3 beschrijft een aantal algemene structurele aanpassingen in de sociale zorgsystemen die worden voorgesteld. De gedefinieerde beleidsvelden komen in hoofdstuk 4 t/m 7 in detail aan bod, ingedeeld naar hoofdgebied (bestuurlijk, economie, arbeidsmarkt of sociaal).
Het is belangrijk om aandacht te besteden aan de organisatie rondom de uitvoering van het SEI. SEI initiatieven zullen uitgewerkt moeten worden, de financiering hiervan geregeld, en de wijze van verantwoording van de uitvoerders over de bestede middelen dient tevens gedefinieerd te worden. Hierover gaat hoofdstuk 8.
In bijlage A wordt tenslotte aandacht besteed aan de kwantificering van de effecten van het SEI. Hiervoor zijn Curalyse, het macro-economisch model van Curaçao, en het koopkrachtmodel Antiltax gehanteerd. Uitwerking van de eilandelijke meerjarenbegrotingen dient, in het kader van het financieel toezicht en de daarbij afgesproken financiële normen, nog te worden voltooid.
2 Denkkader
In het navolgende worden achtereenvolgens de kenmerken, doelstellingen, middelen, beleidsvelden en criteria van het SEI behandeld. Het doel van dit hoofdstuk is om met name te definiëren wat het SEI wel (en niet) is.
2.1 SEI kenmerken
De doelstelling en context van het SEI impliceren een aantal kenmerken voor de initiatieven die binnen SEI uitgevoerd zullen worden:
- SEI initiatieven hebben een beperkte tijdshorizon; de SEI initiatieven worden opgestart tussen 2008 en 2010 en moeten zoveel mogelijk binnen dit tijdskader worden uitgevoerd.
- Niettemin dienen de SEI initiatieven aan te sluiten op lange-termijn doelstellingen. SEI staat immers niet op zichzelf maar versterkt het fundament van Pais Kòrsou.
- SEI initiatieven dragen bij tot een meetbare verbetering van sociale, economische en/of bestuurlijke achterstanden op Curaçao, zoals gemeten met concrete prestatie indicatoren. Een rode draad is hierbij het verbeteren van de werking van de arbeidsmarkt en het bestrijden van armoede. Tevens draagt SEI bij in het bereiken van de doelstellingen van deugdelijk bestuur, zoals bedoeld in de Slotverklaring van november 2006.
- De duurzaamheid van SEI initiatieven is een belangrijke overweging bij het definiëren van SEI initiatieven. De uitkomsten van SEI initiatieven dienen een duurzaam karakter te hebben en te passen binnen de visie voor Pais Kòrsou. Eventuele structurele kosten die een initiatief teweeg brengt, dienen duidelijk geïdentificeerd, betaalbaar en toegewezen te zijn en te blijven. De maatschappelijke baten moeten groter zijn dan de kosten, er moet derhalve een positief maatschappelijk rendement zijn.
- Er dient een goede samenhang en afstemming te zijn tussen initiatieven die onder de SEI vlag worden uitgevoerd, en andere initiatieven (bijvoorbeeld USONA projecten, Deltaplan, AMFO). Doublures moeten vermeden worden.
- De uitkomsten van SEI op sociaal, economisch en bestuurlijk gebied moeten onderling goed gebalanceerd zijn en bijdragen aan het welzijn van de burger.
- SEI initiatieven kunnen worden gefinancierd uit de Nederlandse bijdrage aan het SEI genoemd in het toetredingsakkoord (ANG 60,5 miljoen aan extra middelen) en uit andere financieringsbronnen. Het is dus niet zo dat de Nederlandse financiering van ANG 60,5 miljoen een beperkende faktor is voor het SEI. De afbakening ligt eerder in de urgentiegraad van maatregelen en impulsen.
- Bij het uitzetten van het SEI plan dient rekening gehouden te worden met de maatschappelijke absorptiecapaciteit en de capaciteit van de verschillende uitvoerende organisaties.
- Om de financiële draagkracht van de gemeenschap op termijn te verzekeren wordt in het SEI ook aandacht besteed aan het stelsel van sociale zekerheid en daarin noodzakelijke aanpassingen.
2.2 Algemeen denkkader
De arbeidsmarkt loopt als een rode draad door de sociale en economische ontwikkeling. Economische ontwikkeling kan niet gerealiseerd worden zonder voldoende en gekwalificeerd personeel. Economische ontwikkeling leidt tot meer vraag naar arbeid (werkgelegenheid) en biedt tegelijkertijd de mogelijkheid om armoede en sociale uitsluiting terug te dringen (sociale ontwikkeling). Sociale ontwikkeling bevordert op haar beurt het arbeidsaanbod aangezien het menselijk kapitaal verder ontwikkeld wordt. Daarnaast heeft de sociale ontwikkeling als doel het arbeidspotentieel te prikkelen en zich ten dienste te stellen van de arbeidsmarkt. Tegelijkertijd moet de sociale ontwikkeling bijdragen tot verantwoord burgerschap, waarvan arbeidsparticipatie een belangrijk onderdeel is. Bij deze ontwikkelingsprocessen heeft het bestuurlijk apparaat een belangrijke ondersteunende rol. Het SEI zal daarom ook voldoende middelen moeten reserveren voor de ontwikkeling van een nieuw bestuurlijk apparaat en een planmatige overgang naar dit apparaat.
Een goed functionerende arbeidsmarkt zal bijdragen aan ontwikkelingen op het economische én het sociale vlak, zoals blijkt uit onderstaand schema:
Figuur 1: Samenhang sociale en economische ontwikkeling en arbeidsmarkt
Om deze reden is er besloten om de arbeidsmarkt als katalysator te beschouwen in de continue wisselwerking tussen de economische en sociale ontwikkeling. Tegelijkertijd realiseren we ons dat een goed functionerende arbeidsmarkt niet als wondermiddel kan worden beschouwd voor de sociaal-economische ontwikkeling. Zowel economische als sociale ontwikkeling hebben andere specifieke determinanten (zie figuur 2) die even belangrijk zijn als de arbeidsmarkt.
Specifiek voor de situatie op Curaçao kunnen we constateren dat er een inhaalslag gemaakt dient te worden om de vele achterstanden op verschillende gebieden in te lopen, alvorens de structurele kaart te trekken via een uitgebalanceerd arbeidsmarktbeleid. Een evenwichtige economische groei met een gestage arbeidsmarktgroei, waarbij de economische en de sociale ontwikkelingen op elkaar zijn afgestemd, vormen de ingrediënten voor het bereiken van een duurzame en structurele sociaal-economische ontwikkeling.
In de opbouw van het SEI Curaçao, zoals in onderstaand schema weergegeven, komt tot uitdrukking dat ook sociale determinanten nodig zijn om elke burger te vormen als een burger die een bijdrage kan leveren aan de samenleving cq. arbeidsmarkt. De bijdrage van de burger aan de arbeidsmarkt samen met de economische determinanten en de investeringsimpuls zorgen ervoor dat een duurzame sociaal-economische ontwikkeling bewerkstelligd wordt die ten goede komt van de gemeenschap.
Figuur 2: Opbouw Sociaal Economisch Initiatief Curaçao
Externe en interne
omgevingsfactoren
Curaçao heeft de potentie om zich te profileren in de regio en uit te groeien tot een competitieve natie. De recente ontwikkelingen in de toeristische sector tonen aan dat er potentieel is en dat buitenlandse investeerders, ondanks de vaak nog te omslachtige en tijdrovende procedures, vertrouwen hebben een aanvaardbaar rendement op het lokaal geïnvesteerde vermogen te kunnen realiseren.
Binnen dit geheel wordt de werking van de overheid geoptimaliseerd naarmate ze haar rol als facilitator op zich neemt met kostenreductie en belastingvereenvoudiging en het voeren van een consistent beleid, waarbij zowel lokale als buitenlandse investeerders zich erkend voelen, en waarbij transparantie en een bedrijfsvriendelijk klimaat het handelsmerk wordt. Een ander belangrijk aspect waarbij de overheid haar rol als facilitator kan waarmaken is op het vlak van het verbreden van de economische basis. Om specifieke expertise en kennis uit het buitenland te kunnen importeren, moeten de procedures voor verblijfs- en tewerkstellingsvergunningen eenvoudig, snel en transparant zijn. In deze zogenaamde economische migratie, gericht op het aantrekken van ‘human capital’ ten behoeve van het land, is een efficiënte overheid een belangrijke voorwaarde.
Om de sociale ontwikkeling te stimuleren zijn onderwijs en educatie een conditio sine qua non, naast de mogelijkheid om, uiteraard met uitsluiting van misbruik, toegang te hebben tot een aantal basisvoorzieningen. De overheid dient faciliterend te zijn en ervoor te waken dat het gevoerde beleid evenwichtig en consequent is, waarbij economische en sociale ontwikkeling elkaar aanvullen en versterken. Daarbij zal de overheid ervoor moeten waken dat de overheidsfinanciën gezond zijn en blijven. Het SEI geeft een aanzet tot een aantal instrumenten om deze meerjarige evenwichtige projecties van het overheidsbudget te bereiken.
2.3 SEI doelstellingen
Voor elk van de gebieden die in de toetreding tot het Overgangsakkoord zijn benoemd kunnen hoofddoelstellingen voor de periode 2008-2010 geformuleerd worden. Deze zijn hier verder uitgewerkt:
Hoofddoelstellingen economische ontwikkeling
1. Het stimuleren van economische groei door middel van directe impulsen en hervorming waardoor een reële economische groei van minimaal 4% per jaar gerealiseerd wordt.
2: Het reduceren van de werkloosheid met 2-3 procentpunten per jaar.
Hoofddoelstellingen sociale ontwikkeling
3. Het structureel verbeteren van de omstandigheden van mensen met acute sociale noden, gemeten door een verbeterde score van het UNDP Human Development Index.
4. Het oplossen van enkele urgente knelpunten in de onderwijsvernieuwing met name bij kwetsbare groepen, gemeten door een verbeterde participatiegraad in het onderwijs en de arbeidsmarkt.
Hoofddoelstellingen bestuurlijke ontwikkeling
5. Het ondersteunen van een nieuw bestuurlijk apparaat dat de realisatie van de doelen van Pais Kòrsou faciliteert.
6. Het reduceren van de schuldoverheids tot een aanvaardbaar niveau en het beheersen van de overheidsfinanciën.
2.4 Middelen
De middelen die ingezet kunnen worden in het SEI zijn divers en kunnen per initiatief verschillen. Middelen worden in deze gedefinieerd als de strategieën die gevolgd kunnen worden om de SEI doelstellingen te bereiken. Het kunnen financiële impulsen zijn, of impulsen erop gericht om verbeteringen te realiseren door middel van reorganisatie, vernieuwing, aanpassen regelgeving, participatievormen en dergelijke. Voorbeelden van middelen zijn:
- Financiële impulsen
o Investeren in infrastructuur ten behoeve van economische en sociale ontwikkeling
o Verbeteren schoolgebouwen, instellen wijkcentra of opvangcentra
o Aanschaf informatiesystemen en inrichten basisadministraties
o Bestedingen ten behoeve van vormingsprogramma’s
o Bestedingen ten behoeve van leer-/werkprogramma’s
- Kwalitatieve impulsen
o Vernieuwing en aanpassing van wet- en regelgeving
o Stroomlijnen van processen
o Inzet van experts
o Reorganisatie van (delen van) overheidsapparaat
o Aanpassen fiscaal regime en incentives
o Aanpassen van pensioen- en zorgstelsels
o Beleidsontwikkeling en (waar nodig) onderzoek
2.5 Financiering
In het nieuwe samenwerkingsbeleid voor de periode 2008–2012 zijn de volgende samenwerkingsprogramma’s en hun respectieve budgetaandeel door Nederland voorgesteld:
- Onderwijs en jongerenproblematiek 40%
- Veiligheid 20%
- Institutionele versterking en bestuurskracht 20%
- Overige 20%
De percentages zijn richtinggevend, en kunnen (behoudens ”Veiligheid”) door het Eilandgebied Curaçao zelf definitief worden ingevuld terwille van een integrale aanpak op basis van de locale situatie. Het ”Overige” budget kan naar eigen inzicht aan één thema worden toegevoegd of worden verdeeld over meerdere thema’s.
Het Eilandgebied Curaçao heeft ervoor gekozen om het gehele budget ”Overige” alsmede de helft van het budget ”Institutionele versterking bestuurskracht” in te zetten voor het Sociaal Economisch Initiatief, dit ter aanvulling op het volgens het Toetredingsakkoord van 28 augustus 2007 voor het SEI toegekende bedrag van AN 60,5 miljoen. Een deel van deze ANG 60,5 miljoen, te weten ANG 14 miljoen, is afkomstig van de niet bestede USONA-middelen van het Samenwerkingsprogramma 2005–2007. In het SEI programma komen immers ook elementen van het voormalige Duurzame Economische Ontwikkeling (DEO) programma voor.
SEI zal maximaal ANG 6,3 miljoen aan verplichtingen uit het voormalige DEO programma absorberen. Het betreft verplichtingen die door USONA zijn aangegaan in het kader van 8 DEO projecten, maar die per eind 2007 nog niet uitbetaald zijn. Het totaal van deze verplichtingen bedraagt ANG 11,3 miljoen (zie bijlage H). USONA heeft aangegeven minimaal ANG 5 miljoen uit haar exploitatieoverschot te kunnen financiering; het beroep op SEI middelen zal dus afhankelijk zijn van de USONA uiteindelijke bijdrage en van het werkelijk bestedingspatroon in de afronding van deze projecten .
Het samenwerkingsprogramma 2008–2012 kent een totaal budget van ca. EUR 130.105.000 , waarvan ca. EU 35.000.000 beschikbaar is voor 2008. Voor de periode 2008-2012 is dat ANG 304 miljoen bij een behoudende koers en na aftrek van USONA management kosten. Curaçao wenst hieraan de volgende invulling te geven:
- Onderwijs en jongerenproblematiek 40%
- Veiligheid 20%
- Institutionele versterking en bestuurskracht 10%
- Sociaal Economisch Initiatief 30%
Het Eilandgebied Curaçao wenst van het totale budget van EUR 130.000.000 in de periode 2008–2010 ca. EUR 90.000.000 te gebruiken, oftewel ANG 210,5 miljoen . Op basis van een 30% budgetaandeel voor het SEI, zou dit er op neerkomen dat naast de ANG 60.5 miljoen genoemd in het Toetredingsakkoord nog ca. ANG 63,1 miljoen beschikbaar komt voor het SEI, in totaal derhalve ca. ANG 123,6 miljoen.
Het Eilandgebied Curaçao heeft zich akkoord verklaard met het samenwerkingsprogramma 2008–2012, met onderstaande kanttekeningen, die vooral bedoeld zijn om de uitvoering van het programma zo soepel en flexibel mogelijk te doen verlopen.
- Bestedingsritme voor de ontwikkelingshulp krijgt een aflopend afroeppatroon
- Inzake co-financiering dient rekening gehouden te worden met de bestaande financiële beperkingen van het Eilandgebied, en er mogen om die reden ook geen vertragingen optreden
- In het SEI worden middelen worden gereserveerd voor duurzame economische ontwikkeling (ter voortzetting van het DEO programma)
- Er dient een flexibiliteitsclausule wordt opgenomen in de afspraken, waardoor het mogelijk is om tussentijds verschuivingen in de projecten aan te brengen. Indien beleidsprioriteiten aantoonbaar veranderen, moet het ook mogelijk zijn om programmathema’s te wijzigen en/of verschuivingen aan te brengen in de allocatie van middelen per thema. Zowel bij het jaarlijks ambtelijk als het jaarlijks politiek overleg zal dit aan de orde worden gesteld
- Invulling van co-financiering door andere sponsoren en private sector is onder voorbehoud van goedkeuring door respectievelijke partijen. Hierover worden nog nadere afspraken gemaakt.
2.6 Beleidsvelden
Er is een breed, scala aan beleidsvelden dat tot het SEI veld behoort. Dit is inherent aan de doelstellingen van het SEI. Elk potentieel SEI initiatief wordt beoordeeld op een aantal criteria. De beleidsvelden definiëren met andere woorden op welke vlakken SEI zich beweegt, terwijl de criteria dienen ter toetsing van de karakteristieken van individuele initiatieven.
Onderstaande opsomming benoemt de verschillende beleidsvelden die SEI kent geordend in de 4 prioriteitsgebieden, te weten herstructurering sociale stelsels, bestuurlijk, economie, arbeidsmarkt en sociaal.
1. Bestuurlijke inrichting Pais Kòrsou
A. overheidsfinanciën
a. verbeteren begrotingsvoorbereiding; meerjarige begrotingen
b. corporate governance en subsidiebeleid
c. verbeteren inning belastinggelden en andere middelen
B. ontwerp en implementatie overheid Pais Kòrsou
a. integratie van Land en Eiland apparaten
b. competentie-ontwikkeling
c. verbeteren basisadministraties
2. Herstructurering economie
a. research lange termijn economische ontwikkeling
b. verbeteren investeringsklimaat
c. bevorderen ondernemerschap
d. investeren in de economische infrastructuur
3. Toegankelijkheid arbeidsmarkt
a. verbetering aansluiting beroepsonderwijs op arbeidsmarkt
b. uitbouw van arbeidsgericht onderwijs (AGO)
c. hoger onderwijs
d. bevordering mobiliteit
4. Sociale voorzieningen
a. armoedebestrijding
b. leefklimaat in de wijken
c. jeugdbeleid
d. migrantenbeleid en integratie
e. gezondheidzorg
Per beleidsveld zijn verschillende impulsen en maatregelen gedefinieerd. De meeste impulsen worden voor 100% door het SEI gefinancierd. Er is een aantal impulsen waar SEI middelen samen met fondsen van medefinancierders mogelijk wordt gemaakt. Tabel 1 geeft een samenvatting van de impulsen en funding per hoofdcategorie. In deze tabel wordt aangegeven:
- Het aantal concrete projecten/maatregelen/impulsen dat gedefinieerd is; deze worden in hoofdstukken 3 t/m 7 verder gespecificeerd en in bijlage I nogmaals samengevat.
- De totaal begrote uitgaven die naar oordeel van de SEI commissie noodzakelijk zijn voor de uitvoering van de projecten/maatregelen/impulsen
- De financiering beschikbaar vanuit Nederlandse ontwikkelingsgelden aangewend in het kader van SEI
- Het totaal van de bijdrage van het Eilandgebied Curaçao (later Pais Kòrsou) in projecten waar zij als co-financierder optreedt; hierover worden met Nederland nadere afspraken gemaakt.
- Bijdrage waarvoor AMFO benaderd zal worden in een drietal projecten
- Bijdrage waarvoor de private sector benaderd zal worden in bepaalde projecten
- Bijdrage waarvoor de EU benaderd zal worden benaderd in bepaalde projecten
- Tevens is de maximale bijdrage van SEI voor verplichtingen voortvloeiend uit DEO opgenomen (zie hoofdstuk 2.5 voor omschrijving).
Tabel 1: Aantal projecten/maatregelen/impulsen en funding (in Antilliaanse guldens)
2.7 Relatie met andere programma’s en donoren
In het SEI staat op enkele plaatsen een verwijzing naar mogelijke financiering door AMFO. Dit betreft 3 projecten waarvoor een aanvraag bij AMFO zal worden ingediend. Verder is bij het beoordelen van ingediende projecten door de SEI Commissie een twintigtal projecten onder de aandacht van AMFO gebracht als zijnde trajecten welke weliswaar noodzakelijk zijn maar niet voldoende aan de SEI criteria voldoen. Deze projecten kunnen door de belanghebbenden bij AMFO worden ingediend en worden verder door AMFO beoordeeld, behandeld en eventueel gefinancierd.
In het 9e EU fonds is nog ca. ANG 6.5 miljoen overgebleven, dat bestemd is voor verbetering van 3 Curaçaose wijken. Curaçao zal in de in 2008 op te stellen bestemmingsplannen van het 10e Fonds (2009–2013) ook SEI thema’s opnemen, zoals voortgaande wijkverbetering en fysieke infrastructuur, bijvoorbeeld de tweede megapier. Voor het 10e Fonds is € 24 miljoen totaal beschikbaar gesteld.
Zowel het SEI als het nieuwe programma Institutionele Versterking en Bestuurskracht (IVB, deels een vervolg van het eerdere programma Bestuurlijke Ontwikkeling) behandelen het onderwerp van verbetering van het bestuur en het ambtenaren apparaat, mede in het licht van de staatkundige veranderingen. Bij de voorbereiding van zowel het SEI als het IVB is erop gelet dat de beide programma’s op elkaar aansluiten en dat er geen conflicterende of overlappende initiatieven uit voortvloeien . Kort gezegd zal SEI zich concentreren op de inrichting van Pais Kòrsou (inclusief de transformatie van het apparaat, uitvoering sociaal statuut, cultuuraspecten en de meest urgente procedure aanpassingen), enkele expliciet genoemde basisadministraties, en enkele urgente kwesties waaronder gezondheidszorg en informatievoorziening over werkzoekenden. Het IVB richt zich met name op noodzakelijke langere termijn verbeteringen waaronder klantgerichtheid, integriteit, structurele good governance, verbeteren van competenties en het verbeteren van de financiële huishouding.
Hoewel onderwijs van hoog belang is voor de lange-termijn ontwikkeling van Curaçao, bevat het SEI geen alleenstaande onderwijs initiatieven. Voor onderwijsvernieuwing bestaat een apart programma. Er zijn in het SEI wel enkele initiatieven opgenomen die raakvlakken hebben met onderwijs: het onderhoud van enkele scholen en de uitbouw van het arbeidsgericht onderwijs. Deze initiatieven moeten gezien worden binnen de context van wijkverbetering respectievelijk de verbetering van de aansluiting van het onderwijs op de arbeidsmarkt, met name voor kansarmen. Tevens is verzekerd dat deze initiatieven niet in het kader van het reguliere onderwijsprogramma reeds aan de orde komen.
3 Herstructurering systemen sociale zekerheid
Het financiële beleid van het Eilandgebied Curaçao kenmerkt zich de afgelopen jaren door verschillende saneringsprocessen, waaronder het afslanken van het overheidsapparaat met ongeveer 30% in 2000. De maatregelen, gekoppeld aan de matige economische groei op Curaçao hebben diepe sporen nagelaten op de kwaliteit van het welzijn van de burgers. De financiering van de sociale zekerheid staat daardoor onder zware druk waardoor steeds meer huishoudens problemen hebben om in hun primaire levensbehoeften te kunnen voorzien.
Het SEI geeft de mogelijkheid om een grote inhaalslag te maken en de sociale voorzieningen te herdefiniëren. In het bijzonder gaat de aandacht uit naar de sociaal-economisch zwakkeren in de samenleving die geactiveerd worden en daardoor effectiever hun diensten kunnen aanbieden op de arbeidsmarkt.
3.1 Onderstand
Doelstelling
Een activerend en betaalbaar onderstandsysteem per 2009
Analyse
Meerjarenprojecties van de Afdeling Financiën geven voor het totaal van onderstanduitkeringen een stijging te zien van ANG 52 miljoen in 2007 naar ANG 57 miljoen in 2010 (zie bijlage F). Het Eilandgebeid wil ernaar streven om de totaal geprojecteerde bedragen gelijk te houden of te verminderen, waarbij in ieder geval door afname van het aantal uitkeringsgerechtigden het uitkeringsniveau per gerechtigde kan worden verhoogd.
In de praktijk zijn er geen sancties bij het niet actief zoeken naar werk; DWI kan de onderstand niet stopzetten als de cliënt niet actief solliciteert of weigert een aangeboden baan te accepteren. Slechts zo’n 10% van het bestand van 8.000 werkzoekenden wordt ingedeeld in categorieën 1 en 2, die op basis van hun competenties het makkelijkst te bemiddelen zijn. Onder de overige groep bevinden zich mensen die vanwege fysieke of mentale handicaps niet of moeilijk bemiddelbaar zijn, of niet over startkwalificaties beschikken om op de arbeidsmarkt inzetbaar te zijn. DWI beschikt binnen de wettelijke kaders, niet over de ruimte om voldoende druk op de onderstandtrekkers uit te oefenen om zich om-, her- en bij te scholen.
Vaak blijkt het voor vele bemiddelbare onderstandtrekkers, vanwege de ontvangen aanvullende subsidies, aantrekkelijker om werkloos thuis te zitten dan om een baan te accepteren. Dit leidt tot “eeuwige onderstandtrekkers” oftewel de armoedeval. Een deel van de onderstandtrekkers is bovendien werkzaam in de informele sector.
Een andere reden waarom onderstandtrekkers mogelijk geen regulier werk willen aanvaarden is het feit dat men hierdoor de PP-kaart kwijtraakt. Met deze kaart is men –premieloos– verzekerd voor een breed pakket aan medische voorzieningen.
Maatregelen
Aanpassing van het uitvoeringsbesluit voor onderstanduitkeringen wordt in 2008 met prioriteit opgepakt. Het ontwerp, dat gereed ligt voor finale besluitvorming, bevat de volgende basiselementen:
- koppeling van bijstand aan de verplichting van de burger tot het zoeken van arbeid en tot her- en bijscholing; een ondersteunend instrument is daarin een vacaturebank.
- afstemming op individuele omstandigheden en daarmee een beter instrument voor de toegeleiding tot de arbeidsmarkt
- verduidelijking weigeringgronden
- de plicht van de overheid via DWI tot het verstrekken van inlichtingen en de mogelijkheid van onderzoek ter voorkoming van misbruik en oneigenlijk gebruik.
Verder zullen stimulerende maatregelen in 2008-2009 doorgevoerd worden, zoals:
- belastingkorting als prikkel om aan het werk te gaan / blijven
- daadwerkelijk gebruik Lei di Bion als incentieve voor werkgevers om lokale werkzoekenden (anders dan onderstandtrekkers) in dienst te nemen; voor de groep onderstandtrekkers zijn aanbevelingen aangedragen in het rapport Rumbo pa Trabou
Misbruik en oneigenlijk gebruik zullen vanaf 2008 ook stevig worden aangepakt door periodieke onderzoeken en verbetering van de administratieve organisatie, informatiesystemen ter beschikking van DWI en basisadministraties; zie hoofdstuk 4.6.
Daarnaast kunnen relatief kleine ingrepen in de regelgeving ook behoorlijke besparingen op korte termijn opleveren. Een voorbeeld hiervan is het elimineren van onderstanduitkeringen voor AVBZ gerechtigden.
Overzicht maatregelen
3.2 Algemene ouderdomsvoorziening
Doelstelling
Niet later dan eind 2009 invoering van een nieuw, op langere termijn betaalbaar AOV en pensioenstelsel
Analyse
Het huidige pensioenstelsel van de Nederlandse Antillen is opgebouwd uit drie pilaren:
1. Algemene Ouderdomsverzekering (AOV): een basis of staatspensioen die aanspraak geeft op een basispensioen;
2. Een aanvullend, meestal bedrijfsgebonden pensioen, dat veelal fiscal gefacilieerd is;
3. Een individueel pensioen, dat op vrijwillige basis kan worden afgesloten en dat niet fiscaal gefacilieerd.
De belangrijkste kenmerken van het huidige AOV stelsel zijn:
- De AOV wordt gefinancierd op basis van het omslagstelsel wat feitelijk betekent dat de uitkeringen direct gefinancierd worden uit de premie-inkomsten. Omslagfinanciering is daarom sterk onderhevig aan demografische ontwikkelingen.
- Er is geen verband tussen de premie die betaald wordt (% van het salaris) en de werkelijke uitkering later.
- Omdat de AOV uitkering een basisvoorziening is (thans maximaal ANG 654 per maand) en niet in verhouding staat met het werkelijk verdiend loon, betekent dit vaak dat de werkende elders een aanvullend pensioen moet opbouwen.
- Er vindt geen kapitaalopbouw plaats in de actieve periode, en dus is de premiebetaler niet absoluut gegarandeerd van een uitkering wanneer hij de pensioengerechtigde leeftijd bereikt;
Er zijn de volgende problemen te onderscheiden in het huidige stelsel:
- Vergrijzing: Circa 25% van de bevolking zal in 2025 boven de 60 zijn. De AOV premie die in omslag gefinancierd wordt zal naar onacceptabele hoogtes moeten stijgen terwijl de kloof met de verwachte uitkering abnormaal groot wordt, terwijl de emigratie van jongeren in de leeftijdsgroep 25-40 dit alleen verergert.
- Participatie: Per eind 2005 genoot circa 59% van de werkende Antilliaanse bevolking geen aanvullend pensioen naast de AOV, dit is een verbetering ten opzichte van 1997 (25%) maar nog steeds laag . De AOV uitkering is echter niet toereikend om te voorzien in de basis behoeften, immers het uitkeringsniveau ligt nog ver beneden het bestaansminimum.
- Kleine basis die premie bijdraagt: Door lage ferticliteit (1,9 per vruchtbare vrouw) en migratie groeit de Curaçaose bevolking nauwelijks. Het werkeloosheidspercentage is nog hoog, circa 14%
- Verhouding bijdragen en uitkeringen: Het AOV fonds vertoont reeds nu tekorten en het premieniveau zal per 1 januari 2008 14% bedragen van het inkomen tot een loongrens van 72.000 per jaar. Daar staat tegenover een niet gegarandeerde AOV uitkering van maximaal 654 gulden.
Er ontstaat dus, als gevolg van deze ontwikkelingen, een groot sociaal dilemma. Deze trends zijn ook in andere landen aanwezig die vanwege deze redenen steeds meer overgaan op een nieuw kapitaalgedekt pensioenstelsel.
Maatregelen
Op initiatief van het pensioenfonds Vidanova is een pensioencommissie in het leven geroepen, met als taakstelling, het onderzoeken van de haalbaarheid van de introductie van een gekapitaliseerd verplicht basispensioen voor de werkende bevolking van Curaçao en het presenteren van een voorstel voor een ombuiging naar een duurzaam pensioenstelsel.
De hoofdpunten uit het verslag van de commissie zijn:
a) Het huidige pensioenstelsel veranderen in een twee-pilaren systeem, waarbij het volledig op te bouwen pensioen tot de fiscale maximum grens van 70% van het laatst verdiend loon via een kapitaalgedekt pensioen wordt opgebouwd over een periode van minimaal 35 jaar.
b) Het huidige AOV stelsel zal in een periode van 40 jaar moeten worden afgebouwd (sterfhuisconstructie), waarbij de bestaande AOV uitkeringen (gebaseerd op solidariteitsprincipe) wel gegarandeerd worden door bijdragen van de overheid, de werkgevers en de werknemers.
c) De AOV verplichtingen worden over een periode van 20 jaar afgefinancierd door middel van jaarlijkse dotaties.
d) De pensioenleeftijd zal moeten worden verhoogd naar 65 jaar.
e) Een deel van de huidige premie wordt per leeftijdsgroep besteed voor kapitaalopbouw en een deel voor bijdrage aan de afbouw van het huidige AOV stelsel.
f) Een actieve bevolkingspolitiek (bevolkingsvergroting) en economische groei zijn belangrijke factoren die de financiering van het nieuwe pensioenstelsel ondersteunen en dus gestimuleerd moeten worden;
g) Dit nieuw pensioensysteem biedt op termijn zicht op een hoger pensioen die wel in verhouding staat met het salaris, de opbouwperiode, de over de opbouwperiode betaalde premie en behaalde rendementen op het spaarkapitaal, terwijl het omslagsysteem onhoudbaar is.
Bij een overgang naar een nieuw stelsel moet rekening gehouden worden met de benodigde tijd om het nieuw systeem op te bouwen. Ook zal de overheid een zorgplicht hebben voor de voorzieningen voor die groepen die geen pensioen (hebben) kunnen opbouwen, vanwege geen of onvoldoende werk.
Eén en ander wordt onderstaand geïllustreerd:
Voor alle mogelijke scenario’s van het kapitaaldekkingsmodel zijn de volgende uitgangspunten van toepassing:
a. Aanvang per 1 januari 2010;
b. Verhoging pensioenleeftijd naar 65 per 1 januari 2010;
c. Bijdrage deelnemers kapitaaldekkingsstelsel in een ‘solidariteitskapitaal gedekt fonds’ volgens leeftijdsklasse bedoeld ter dekking van de af te bouwen AOV uitkeringen;
d. Iedere deelnemer gaat in 2010 onmiddellijk over naar het kapitaaldekkingsstelsel, tot en met de leeftijd van 48 jaar;
e. Deelnemers vanaf 49 jaar blijven in het omslagstelsel volgens een sterfhuisconstructie en blijven premie afdragen op basis van 14% premie tot de eindleeftijd van 64 jaar;
f. Indexering pensioenuitkeringen van 2% over de jaren 2008 en 2009;
Uit het prognosemodel blijkt dat de deelnemers tot en met 48 jaar voldoende kapitaal opbouwen, gegeven de bovenstaande uitgangspunten, om een zodanig pensioen in te kopen dat minimaal het huidige gemiddelde AOV kan worden gegarandeerd.
De voorkeur van de pensioencommissie gaat uit naar een scenario, waarbij gedurende 20 jaar t.l.v. de landsbegroting jaarlijkse dotaties van 83 miljoen ANG worden gedaan om de kapitaaldekking op te bouwen en het omslagstelsel af te bouwen.
In 2004 heeft de “Commissie Versterking Financiële Positie Pensioenfondsen” een aantal aanbevelingen gedaan:
- verhoging van de AOV leeftijd van 60 naar 65 jaar. Dit levert het AOV fonds in 5 jaar een reële besparing van ANG 41 miljoen op.
- verhoging van de pensioenleeftijd voor het APNA pensioen, ook naar 65 jaar.
- Voor overheidspensioenen overgaan naar een middelloonregeling met voorwaardelijke indexatie, in plaats van de bestaande eindloonregeling, waarvan de backservicelasten onbetaalbaar worden. Veel overheidsbedrijven zijn reeds hiertoe overgegaan.
De combinatie van de laatste twee punten leidt tot een reële afname van het pensioenpremieniveau van 20% tot 13,4%. De besparing op jaarbasis voor overheden en aangewezen lichamen gezamenlijk zou door deze voorgestelde wijzigingen ca. ANG 10 miljoen bedragen .
De behandeling van deze voorstellen en de overgang naar een AOV kapitaaldekkingsstelsel zal met elkaar worden gesynchroniseerd en in de komende maanden worden opgepakt door een werkgroep o.l.v. het Bestuurscollege en participatie van APNA en de SVB. Tegelijkertijd worden via begrotingsnormering de voorzieningen ingebouwd zodat de overheden en de aangewezen lichamen niet meer in de gelegenheid worden gesteld betalingsachterstand op te bouwen bij het APNA.
Overzicht maatregelen
4 A: Openbaar Bestuur - overheidsfinanciën
4.1 Verbeteren begrotingsvoorbereiding, -uitvoering en verantwoording; meerjarige begrotingen
Doelstellingen
Implementeren per 2008 van een systematiek van meerjarige begrotingscycli waarin de lange-termijn beleidsvoornemens van Curaçao tot uiting komen. Steekwoorden in deze zijn: grote accountability van budgethouders, kostenbeheersing en efficiëntieverbetering, verbeteren van beschikbare beleids- en verantwoordingsinformatie.
Via de begroting komt men tot rechtmatige bestuurlijke beslissingen, waardoor het Land Curaçao voor een voortdurend kostenbewust en doelgericht beleid zorgt.
Belangen van burgers worden in deze zo goed mogelijk afgewogen en gediend.
Disciplinerende werking, waarbij men bij procedure¬ontwijkend gedrag aangesproken kan worden door het ambtelijke apparaat, het Bestuurscollege, de Eilandsraad en sociale partners.
Verdere aanscherping van de budgetdiscipline, de planning & control en het versterken van het anticiperende vermogen van de overheid (risicomanagement).
Analyse
De recentelijk door het Bestuurscollege van het Eilandgebied Curaçao vastgestelde procedures en verantwoordelijkheden aangaande de budgetcyclus, sluiten aan bij internationale ‘best practice’ standaarden (OECD), daar actoren via de disciplinerende werking van deze bij procedure¬ontwijkend gedrag door het ambtelijke apparaat, het Bestuurscollege, de Eilandsraad, en sociale partners, aangesproken kan worden.
De interne controle in het apparaat, met name de controlerende organen en interne functiescheiding, zal verbeterd worden, door meer aandacht te schenken aan het beschrijven van de uitvoeringsprocessen en aantrekken van gekwalificeerde capaciteit.
Over de begrotingsuitvoering en de schuldpositie wordt reeds maandelijks gerapporteerd, terwijl op incidentele basis rapportages op verplichtingenbasis worden vervaardigd. De afdeling Financiën zal dit laatste op structurele basis vervaardigen vanaf 2008. De afdeling Financiën vervaardigt reeds tweewekelijks liquiditeitsprognoses. Voor dienstspecifieke informatie m.b.t. de uitputting van de dienstbegrotingen kunnen de diensten ter allen tijde actuele informatie verkrijgen.
De achterstanden in de opstelling van de jaarrekeningen worden in hoog tempo ingelopen. De jaarrekening 2004 is inmiddels opgesteld, terwijl de jaarrekeningen 2005, 2006 en 2007 respectievelijk eind januari 2008, eind april 2008 en eind september 2008 gereed zullen zijn.
In de aanloopfase naar Pais Kòrsou loopt reeds een aantal verbetertrajecten op het gebied van financieel beheer. Deze worden niet verder als SEI initiatieven bestempeld, en omvatten onder meer:
- het vastleggen en institutionaliseren van procedures en verantwoordelijkheden gedurende de budgetcyclus;
- het ontwikkelen van normeringen voor het aangaan van verplichtingen;
- het voorbereiden van begrotingsnormeringen binnen een meerjarig financieel kader;
- een aparte Unit Centrale Inkoop en uitbreiding van het werkgebied van centrale inkoop;
- het opvoeren van de capaciteit in kwalitatieve zin o.a. voor interne controle en financiële rapportages;
- het upgraden van het financiële systeem naar een nieuwe versie;
- het instellen van een risico(management) platform, dat risicogebieden identificeert;
- het verrichten van een inhaalslag voor achterstallige jaarrekeningen;
- het reeds gestarte en grotendeels uitgevoerde integriteittraject voor ambtenaren, met als resultaat gedragscodes voor de overheidsdiensten; het ligt in de bedoeling dat dit integriteittraject ook door bestuurders wordt doorlopen;
- het inmiddels afgeronde onderzoek naar streefwaarden voor het voorzieningenniveau afgewogen tegen de financiële draagkracht van het eilandgebied.
Maatregelen
Transparantie gebied dat de overheid van het Land Curaçao een actieve informatieplicht zal hebben richting de gemeenschap. Ook moet duidelijk zijn welke procedures gevolgd moeten worden om tot rechtmatige bestuurlijke beslissingen te komen. Dit krijgt de aandacht bij het inrichten van de nieuwe bestuurlijke organisatie.
In het IVB programma zijn een aantal initiatieven opgenomen welke het financieel beheer verder versterken, hiervoor wordt naar dat programma verwezen. In het SEI zijn twee projecten opgenomen, B09 en B22, die beogen de interne respectievelijk de externe controleorganen van de overheid te versterken.
4.2 Corporate governance en subsidieverstrekking
Doelstelling
Implementeren per derde kwartaal 2008 van een nieuwe code corporate governance waarin het bestuur van overheidsNVs en –instellingen rationeler en conform moderne principes zal geschieden vanuit Eilandgebied c.q. Land Curaçao. Dit uit zich o.m. in regels t.a.v. benoemingen en ontslag van directie en raden van commissarissen, richtlijnen voor financieel beheer, en verbeterde sturing en controle op het behalen van doelstellingen van gesubsidieerde instellingen.
Analyse
Het met de schuldsanering samenhangend financieel toezicht zorgt voor de nodige aandacht voor corporate governance.
Gesubsidieerde instellingen die in meerdere of mindere mate een kerntaak van de overheid uitvoeren zijn actief binnen een van de volgende drie beleidsgebieden van de eilandsoverheid:
- Economische zaken: ca. 15;
- Onderwijs/ cultuur en recreatie: ca. 40, waaronder de schoolbesturen;
- Maatschappelijke dienstverlening en gezondheidszorg: 15 tot 20.
In de praktijk werd onder andere geconstateerd dat:
- de sturing van de zijde van het eilandgebied te wensen overlaat;
- de zorg- ¬en samenwerkingscontracten onvoldoende sturing geven aan het subsidiebeleid;
- productbegrotingen te weinig inzicht geven;
- er tekortkomingen in de planning en control zijn;
Maatregelen
- Momenteel is binnen het Eilandgebied Curaçao professionalisering van het subsidieverstrekkingsproces gaande, waarbij de subsidie middels beschikking i.p.v. zorgcontract gebeurt.
- Met de introductie van een nieuw aangepaste code in 2008 zullen benoemingen en ontslagen van directeuren en commissarissen alsmede veranderingen in eigendomsverhoudingen en vermogensstructuur aan een strakker regime worden onderworpen.
4.3 Verbeteren inning belastinggelden en andere middelen
Doelstelling
Verbetering van zowel het belastingbeleid als belastingadministratie c.q. organisatie, daar beide aspecten gestoeld zullen zijn op internationaal geaccepteerde en erkende normen en praktijken.
(Pre-Assessment Tax Reform Project en Tax Reform Assessment Project), waardoor de belastingsbasis wordt verbreed en belastinginkomsten toenemen.
Analyse
Als voorbereiding van de nieuwe autonome status, heeft het Eilandgebied Curaçao als een van zijn doelstellingen “realiseren van de Nieuwe Belastingdienst Curaçao (NBC). Hierbij zullen drie bestaande belastingentiteiten, te weten de Inspectie der Belastingen, de Landsontvanger en de Eilandontvanger geïntegreerd worden, met integratie van de Stichting Belasting Accountants Bureau in een latere fase.
Om dit te kunnen bewerkstelligen is het Tax Reform Assessment Project (TRA) in het leven geroepen. De 1e fase van het TRA , de PRA (Pre-Assessment Tax Reform Project), behelst de initiële evaluaties, voorlopige aanbevelingen en baseline statistische informatie over (1) het fiscale beleid, (2) de structuur en werking van de Belastingdienst, (3) het gebruik van informatie- en communicatietechnologie en (4) aanbevelingen voor het opzetten van een performance-based management systeem .
Het fiscaal beleid komt in hoofdstuk 5.2 aan de orde in context van het economisch beleid. Bij het bepalen van de target voor de belastinginkomsten dient rekening te worden gehouden met de budgettaire behoefte van Curaçao na de autonomie: bij een lage target is een structurele hervorming eenvoudiger te implementeren. Bij het ontbreken van een formele target voor de belastinginkomsten, is een inkomstenneutraal programma de meest praktische standaard.
De overige punten zijn aan de orde bij de inrichting van de Nieuwe Belastingdienst Curaçao, gefinancierd vanuit het programma Bestuurlijke Ontwikkeling/Institutionele Versterking en Bestuurskracht 2008-2011. Voor een samenvatting van doelen en beoogde acties, zie bijlage E.
Tenslotte zal als onderdeel van SEI worden onderzocht welke Nederlandse en Europese incentives op Curaçao van toepassing kunnen zijn.
Samenvatting maatregelen
4 B: Openbaar Bestuur - Ontwerp en Implementatie Pais Kòrsou
Doelstelling
Het ontwerpen en implementeren bij het realiseren van status als land in het Koninkrijk van een dynamische en effectieve overheidsorganisatie, die de ontwikkeling van mensen centraal stelt en diensten van hoge kwaliteit aan de gemeenschap levert op basis van transparant, efficiënt en effectief bestuur gericht op duurzame ontwikkeling.
De opheffing van de staatkundige eenheid Nederlandse Antillen heeft als gevolg dat (1) alle bestaande vijf eilandgebieden hun publiekrechtelijke status van eiland binnen het Antilliaanse staatsverband verliezen, (2) opheffing van het openbaar lichaam de Nederlandse Antillen, een en ander met consequenties voor de huidige overheidsdienaren.
Het nieuwe apparaat voor Curaçao wordt opgebouwd conform de strategische visie voor de overheid als ontwikkelingsgebied. Bij de implementatie van de nieuwe bestuurlijke organisatie van Pais Kòrsou dient de continuïteit van het openbaar bestuur en de rechtszekerheid van het betrokken personeel verzekerd te zijn. Momenteel wordt de bestuurlijke organisatie van Pais Kòrsou ontworpen (verwachte afronding: eind maart 2008). In het ontwerp wordt uitgegaan van een effectief en betaalbaar ambtenarenapparaat.
De opvang van de gevolgen van de introductie van Pais Kòrsou wordt gerealiseerd op basis van de volgende uitgangspunten:
1. Een sociaal statuut waarin is opgenomen hoe de migratie van het personeel van de oude organisaties naar de nieuwe organisatie te bewerkstelligen. Een van de uitgangspunten hierbij is dat aan elke ambtenaar, die zulks wenst, een passende functie in de nieuwe organisatie wordt aangeboden.
2. Het sociaal statuut bevat flankerende beleidsmaatregelen en voorzieningen voor medewerkers voor wie afvloeiing dreigt. De instrumenten zijn zowel intern als extern gericht .
3. Duidelijke procedures van aanwijzing management en personeel;
4. Belangstellingsregistratie om inzicht te verkrijgen in de persoonlijke voorkeuren van het personeel, ook voor een functie in de nieuwe organisaties op de andere eilanden;
5. Harmonisatie van de rechtspositieregelingen;
6. Een communicatieplan ter begeleiding van het personele integratieproces
4.4 Integratie van Land en Eiland apparaten
Doelstelling
Het creëren van een nieuwe organisatie ontworpen op basis van vastgestelde organisatieprincipes en uitgangspunten en een op hoofdlijnen vastgesteld besturingsmodel, en het overnemen van bestuurlijke taken en verantwoordelijkheden welke nu door het Eilandgebied en door het Land worden uitgevoerd.
Analyse
De verwezenlijking van de autonome status zal inhouden dat het Land Curaçao naast alle taken waarvoor Eilandgebied Curaçao nu zorg draagt, tevens alle taken van het Land Nederlandse Antillen zal overnemen (uitgezonderd specifieke taken die ten behoeve van de andere eilandgebieden worden uitgevoerd). Verder is het mogelijk dat het Land Curaçao ook zorg zal dragen voor enkele taken waarvan de zorg thans bij het Koninkrijk berust.
De beleidsvelden en hoofdtaken van zowel het huidige Land de Nederlandse Antillen als die van het huidige Eilandgebied Curaçao, zijn geïnventariseerd als voorbereiding op het ontwerpen van een nieuwe organisatie. De te ontwerpen organisatie moet voldoen aan vastgestelde organisatieprincipes en uitgangspunten en een op hoofdlijnen vastgesteld besturingsmodel . Bovendien zijn in de Slotverklaring van 2 november 2006 eisen gesteld aan deugdelijk bestuur, waaraan het apparaat zal moeten voldoen. Per eind maart 2008 wordt verwacht dat het ontwerp gereed is en wordt aangevangen met de voorbereidingen voor implementatie hiervan.
Maatregelen
Tijdens deze integratie houdt Curaçao rekening met aanzienlijke kosten en investeringen die voor de realisatie nodig zullen zijn. Het gaat onder meer om:
- Aanpassen van administratieve organisatie
- Aanpassen of integreren van informatiesystemen
- Verandering in functies van mensen waardoor opleidingen noodzakelijk zijn
- Mogelijke overtolligheid en daarmee uitstroom (zie discussie over het sociaal statuut in de vorige paragraaf)
- Investeringen in huisvesting om bijvoorbeeld voormalige Lands- en Eilandsdiensten op hetzelfde vlak bij elkaar te huisvesten
Deze investeringen kunnen pas in detail worden gespecificeerd als het ontwerp van het nieuwe apparaat gereed is. Verwacht wordt dat de nodige investeringen erg zal variëren per beleidsveld. Zo zijn er velden (bijvoorbeeld de politie) waar nauwelijks overlap bestaat tussen Land en Eiland, terwijl op andere vlakken (bijvoorbeeld de ondersteunende PIOF diensten) er wel sprake is van diensten die op Lands- en Eilandsniveau grotendeels gelijksoortige taken hebben. Een eerste raming heeft als gevolg gehad dat er ANG 35 miljoen gereserveerd wordt voor bovenstaande interventies, met name daar waar deze noodzakelijk zijn voor een goede opstart van het nieuwe apparaat. Hiervan wordt ANG 20 miljoen door het Eilandgebied bekostigd en wordt ANG 15 miljoen van SEI middelen gereserveerd. Hierin is ook rekening gehouden met de noodzaak de nieuwe structuur voldoende bekend te maken bij de gemeenschap.
4.5 Competentie ontwikkeling
Doelstelling
Een ambtelijk apparaat voor Land Curaçao realiseren dat voldoende geëquipeerd is zodat de bedrijfsvoering op output wordt aangestuurd.
Analyse
In de bestuurlijke organisatie van het Land Curaçao zal aansturing op output het basisinstrument zijn om vorm en inhoud te geven aan de bedrijfsvoering. Voorwaarden hiertoe zijn empowerment en accountability van de leidinggevenden en medewerkers.
Maatregelen
Het personeelsbeleid van de ambtelijke bestuurlijke organisatie moet steunen op de volgende pijlers:
- bevordering en werving op basis van deskundigheid
- optimale personeelssamenstelling (leeftijdbewust beleid)
- modern instroom-, doorstroom- en uitstroombeleid
- concurrerend arbeidsvoorwaardenbeleid
- beleid op maat per groep medewerkers (parttime/voltijds, ondersteuning bestuurders, contractanten)
- gericht opleiden en participatie aan training sociale vaardigheden
- personeelsevaluatiesysteem (PEP) invoeren en onderhouden
- multi-inzetbaarheid en mobiliteit bevorderen.
Bestaande functies (die in de bestaande overheidsorganisatie van Land en Eiland volgens hetzelfde systeem zijn beschreven en gewaardeerd) moeten worden getoetst en mogelijk moeten nieuwe functies worden beschreven. Nadat de organisatie is ontworpen en de formatie en functies zijn vastgesteld, dienen deze te worden bemenst . Het plaatsingsysteem tijdens de overgang streeft ernaar de bestaande expertise zoveel mogelijk in te zetten volgens het principe van “the right (wo)man in the right place” en rekening houdend met de leeftijdsamenstelling.
Met het oog op deskundigheidsbevordering en ‘good governance’ wordt er in het kader van het IVB de oprichting van een Bestuursacademie gefinanicerd.
4.6 Verbeteren basisadministraties
Doelstelling
Het verbeteren en operationaliseren van een aantal essentiële basisadministraties per 2010 waar wordt gestreefd naar: (1) Verhoging van de effectiviteit van beleid door verbeterde informatie, (2) Verbetering van de dienstverlening via het eenduidig vastleggen en ter beschikking stellen aan geautoriseerde instanties van basisgegevens, (3) Kostenbesparing bij de afzonderlijke instanties, (4) Verkleinen van de kans op fraude en (5) Verhoging van de kwaliteit van de statistische informatie
Analyse
Voor de maatschappij als geheel en voor de (politieke) beleidsvorming in het bijzonder is betrouwbare, tijdige en volledige informatie van groot belang. Daarmee wordt uitvoering gegeven aan het voornemen van het Bestuurscollege om de uitgangspunten van een nationaal informatiesysteem te formuleren conform de NIP nota.
In de huidige situatie is er toch sprake van informatie-armoede en organisatorische problemen , waardoor informatie niet integraal beheerd wordt, niet vergelijkbaar is, of soms zelfs tegenstrijdig, afhankelijk van de bron, is.
In de gewenste situatie is praktisch bruikbare statistische informatie op geïntegreerde wijze samengesteld, dus vergelijkbaar en passend in een systeem waarin gegevens naadloos op elkaar aansluiten.
Maatregelen
Om te komen tot een geïntegreerde informatievoorziening is voorgesteld om de volgende basisadministraties in te richten: (1) Basisregistratie Persoonsgegevens, (2) Basisregistratie Bedrijven, (3) Basisregistratie Vastgoed en (4) Basisregistratie Adressen. Onder de titel Closing the Digital Divide worden een aantal infrastructurele belemmeringen in ICT verholpen.
Om dit te realiseren zijn de volgende acties gedefinieerd: (1) de inrichting van een centrale (statistische) ‘logical’ database waarin alle beleidsrelevante gegevens vanuit alle relevante informatiebronnen in de juiste data format zijn opgenomen, waarbij de vereiste classificaties en definities in acht zijn genomen, (2) het aanwijzen van een nationale instantie (zoals CBS), die de, verantwoordelijkheid draagt voor de centrale database, (3) de aanschaf van de technische middelen om de toegankelijkheid van de centrale database zo gebruikersvriendelijk mogelijk te maken en (4) het instellen van een Autoriteit Nationaal Informatie Plan (ANIP).
De ANIP zal worden gedragen en aangestuurd door het Bestuurscollege, onder directe aansturing van de Gezaghebber en later de Minister President. Er zal daarnaast bijbehorende wet-en regelgeving moeten komen die de ANIP voldoende bevoegdheden geeft om haar taken naar behoren uit te kunnen oefenen. De respectievelijke basisadministraties zullen beheerd worden door aangewezen diensten (bijvoorbeeld: persoonsgegevens-Bureau Bevolking; adressen-DROV) en zullen beschikbaar zijn voor gebruik door geautoriseerde derden.
Overzicht maatregelen
5 Herstructurering economie
5.1 Inleiding
Om duurzame economische ontwikkeling te realiseren is het van eminent belang dat de randvoorwaarden waarbinnen de economische activiteiten plaatsvinden, concurrerend zijn. Het investeringsklimaat op Curaçao is voor verbetering vatbaar en buitenlandse investeringen zijn in de afgelopen jaren merkbaar achtergebleven . Voorwaarden waaraan voldaan moet worden, zijn onder meer:
- Voldoende beschikbaar kapitaal tegen een aanvaardbare rente
- Vermijden van onnodige administratieve lasten
- Goede afstemming tussen vraag en aanbod op de kapitaalmarkt en de arbeidsmarkt
- Vertrouwen kweken bij investeerders door transparant en consistent handelen van de overheid
- Internationaal promoten van Curaçao als vestigingslocatie
De Curaçaose economie heeft de eerste helft van dit decennium nauwelijks groei gekend. Sinds 2005 is er weer beperkte groei, maar nog steeds lager dan het internationale gemiddelde. Zaak is om de economische groei te versterken en duurzaam te maken. Een uitdaging is daarbij dat de bezuinigingen in de overheidssfeer, hoe noodzakelijk ook voor de langere termijn, op de korte termijn een negatief effect kan hebben. Het aandeel van overheidsuitgaven in de economie is op het kleine Curaçao aanmerkelijk groter dan in grotere, eerste wereld landen.
Om in de komende jaren een duurzame groei te realiseren wordt in SEI aanmerkelijke aandacht besteed aan een aantal economische prikkels, onder te verdelen in:
- herstructurering van een aantal obstakels in de randvoorwaardelijke sfeer, waaronder wegnemen van onnodige administratieve handelingen , invoeren van mededingingswetgeving en het verbeteren van het “human capital”
- het verbeteren van de infrastructuur, met name in gebieden met een toeristisch karakter, om deze gebieden (verder) te ontsluiten en nieuwe investeringen te stimuleren
- het direct investeren in een aantal toeristische verbeteringen.
5.2 Research lange termijn economische ontwikkeling
Doelstelling
Per 2009 wordt een lange-termijn visie (tijdshorizon minimaal 15 jaar) voor de economische ontwikkeling van Curaçao uitgezet welke duidelijk en onderbouwd zal aangeven wat de economische strategie en de motoren van de economie zullen zijn
Analyse
Het SEI heeft een korte-termijn focus maar legt een fundament voor de lange-termijn ontwikkeling van Curaçao. Het is daarom belangrijk dat er een goede aansluiting is tussen SEI en de lange-termijn economische strategie doelstellingen. Hiermee wordt ook voorkomen dat na 2010, bij het aflopen van het SEI, een vacuüm ontstaat in de economische strategie en de daaraan gebonden initiatieven.
Curaçao ligt op een belangrijk kruispunt voor wat betreft haar lange-termijn ontwikkelingsstrategie. Twee van de belangrijkste economische sectoren, de internationale financiële dienstverlening en de olieraffinaderij, zullen op de langere termijn waarschijnlijk een kleinere contributie aan deviezen, werkgelegenheid en overheidsinkomsten betekenen dan voorheen, waardoor het van belang is haalbare alternatieve strategieën te evalueren en te stimuleren.
a. Internationale financiële dienstverlening
De fiscale wetgeving rondom de internationale financiële dienstverlening is in de periode 1999-2002 fundamenteel aangepast om in overeenstemming te zijn met internationale (met name OECD) regelgeving. Hiermee is het voordeel van lage tarieven voor buitenlandse ondernemingen grotendeels verdwenen. Met deze aanpassingen ligt voor de Curaçaose financiële dienstverleners de uitdaging om nieuwe internationaal concurrerende producten te creëren en aan te bieden die niet afhankelijk zijn van lage belastingtarieven, maar van deugdelijkheid, ervaring, goede dienstverlening en een link met het Nederlandse wettelijke systeem . Een aantal van de bepalingen in het oude “offshore” regime hebben een “grandfather” clausule waardoor zij tot 2019 voor de in 1999 bestaande entiteiten van kracht blijven. De vernieuwing van de dienstverlening is gaande en zal in de komende jaren het lange-termijn gezicht van de financiële dienstverlening bepalen.
b. De raffinaderij
De raffinaderij bestaat sinds het begin van de 20e eeuw. Momenteel exploiteert Petroléos de Venezuela S.A. (PdVSA) de raffinaderij onder een huurcontract dat in 2019 afloopt. De installaties zijn in eigendom van Curaçao via Refineria di Korsou NV. Het Eilandgebied heeft een commissie samengesteld om te onderhandelen met derden en met PdVSA over participatie in de raffinaderij. De commissie onderzoekt de mogelijkheden van het aantrekken van een nieuwe participant, onder meer voor het verkrijgen van nieuw kapitaal, nodig om de raffinaderij concurrerend te houden en om noodzakelijke milieuverbeteringen te realiseren.
De raffinaderij is nog steeds een belangrijke factor in de economie van Curaçao, hoewel minder dan in het verleden. De contributie van de raffinaderij is onder meer :
- Circa 1000 directe werknemers en een vergelijkbaar aantal indirecte werknemers, daarmee is de raffinaderij nog steeds een van de grootste werkgevers
- Gemiddeld 400 werknemers van aannemersbedrijven uitlopend tot circa 1000 man ten tijde van groot onderhoud aan de installaties.
- Spinoff effecten voor technische bureaus, onderhoudsbedrijven etc.
- Directe inkomsten van US$ 20 miljoen per jaar via het lease contract
- Geschatte totale bijdrage aan economie: ANG 350 miljoen , ongeveer 8% van het Curaçaose BBP.
Niettemin is, door het continue overtreden van milieunormen door de raffinaderij en het gegeven dat aanzienlijke investeringen noodzakelijk zijn om de raffinaderij concurrerend te houden en te laten voldoen aan internationale milieu- en veiligheidsnormen, de toekomst van de raffinaderij onzeker. Meer en meer rijzen er vanuit de samenleving stemmen op dat Curaçao zal moeten gaan nadenken over een toekomst zonder de raffinaderij.
Maatregelen
Het Eilandgebied Curaçao zal in 2008 een visie opstellen ten aanzien van de raffinaderij, als onderdeel van een lange-termijn economische visie, waarin is opgenomen:
- Wenselijkheid om op lange termijn een raffinaderij te hebben op Curaçao
- Indien raffinaderij zou blijven: onder welke voorwaarden, met welke eigendomsstructuur (bijv. moet de overheid eigenaar blijven van de installaties), voor hoe lang is een raffinaderij nog interessant gezien wereldwijde ontwikkelingen in de energie, welke investeringen zijn nodig voor terugdringen van milieubelasting en concurrerend houden van de raffinaderij (urgent: productie van laagzwavelige olieproducten en conversie van zware brandstof in hoogwaardige olieproducten)?
- Indien raffinaderij zou verdwijnen: hoe en hoe snel wordt de raffinaderij uitgefaseerd, wat zijn alternatieve mogelijkheden voor het Schottegatgebied, hoe wordt omgegaan met saneren van het terrein en het Schottegat, wat zijn de gevolgen voor energievoorziening op Curaçao, hoe kan de work force herschoold en herallokeerd worden?
- Doorrekenen van de verschillende scenario’s
Voorts zal op de korte termijn de vervuiling door de raffinaderij worden aangepakt. Het gaat om zowel lucht-, water- als bodemverontreiniging, waarbij de luchtverontreiniging het meest direct de gezondheid beïnvloedt van de bevolking die “beneden de wind” van de raffinaderij woont. Momenteel spelen reeds verschillende rechtszaken waarin studies worden aangehaald die zeer ernstige gevolgen voor de volksgezondheid claimen.
De Curaçaose overheid zal de Hindervergunning van de raffinaderij, de Hindervergunning en overige bestaande milieuwetten, regels en normen en waaraan de raffinaderij gebonden is, vanaf het vierde kwartaal 2008 handhaven in die zin dat de raffinaderij ertoe bewogen dan wel gedwongen zal worden zich aan de normen van de Hindervergunning te houden. In dit context wordt rekening gehouden met de uitspraak van de rechter in de zaak Stichting Humanitaire Zorg c.s. versus Isla c.s., verwacht in mei 2008. In deze zaak heeft de rechter immers via een tussenvonnis een onderzoek gelast naar de mogelijkheden (met name hoe en hoe snel) voor de raffinaderij om haar uitstoot van zwaveldioxide en fijn stof te verminderen.
Om handhaving mogelijk te maken zal vanaf het derde kwartaal 2008 de benodigde meetapparatuur operationeel zijn en zal er door de Milieudienst continu gemeten worden v.w.b. de uitstoot van de raffinaderij. De Milieudienst zal waar nodig versterkt worden. Ook het water en de bodem zullen vanaf het derde kwartaal regelmatig (minstens ieder kwartaal) getest worden op verontreiniging, gecoördineerd door de Milieudienst. Alle meetresultaten zullen openbaar worden gemaakt via een website.
Het is belangrijk te constateren dat het huurcontract voorschrijft dat, indien de regeringen (Land en/of Eiland) nieuwe wetgeving introduceren met verscherpte en meer stringente milieuvoorschriften en daardoor nieuwe investeringen noodzakelijk maken, deze investeringen voor 50% door het Eilandgebied gedragen dienen te worden. Eventuele wetvoorstellen in die sfeer dienen dus zorgvuldig onderzocht te worden op hun financiële consequenties. Investeringen en overige kosten die nodig zijn om aan bestaande milieuwetgeving te voldoen zijn echter volledig voor rekening van PdVSA.
Vanwege het huurcontract en de schaarste in wereldwijde raffinagecapaciteit is het onwaarschijnlijk dat de raffinaderij gedurende de periode van het SEI (t/m 2010) zal verdwijnen. Juridische opinies hebben uitgewezen dat Curaçao het huurcontract niet eenzijdig kan verbreken zonder aanzienlijke schadeclaims te riskeren; deze kunnen in de miljarden guldens lopen.
Overige sectoren
Onder de andere economische sectoren beleeft met name het toerisme momenteel een opleving. Gedreven door nieuwe investeringen, een voordelige eurokoers en concurrentie op de belangrijke vliegroute Amsterdam-Curaçao toont vooral het toerisme uit Nederland een duidelijke stijgende lijn, die zelfs hoger liggen dan de verwachtingen in het Tourism Masterplan. In 2008-2009 zullen enkele belangrijke ketenhotels (Renaissance, Hyatt) hun deuren openen waardoor nieuwe capaciteit, voornamelijk in de duurdere prijsklassen, beschikbaar komt.
Aantal toeristen vs. projecties Masterplan, totaal Dito, vanuit Nederland
Naast toerisme is de verwachting dat ook de internationale distributiesector en de scheepsreparatie een belangrijke rol blijven spelen. Met name de strategische haven van Curaçao biedt veel mogelijkheden om de functie van Curaçao als “Logistical Hub” te versterken. Hierbij gaat het niet alleen om fysieke distributie maar met name ook om concurreren met moderne ICT technieken. Een public-private Logistical Hub werkgroep onderneemt reeds initiatieven om dit concept verder uit te bouwen, en een strategische havenstudie is onlangs afgerond. De haven en de distributiesector zullen naar waarschijnlijkheid een belangrijke rol hebben in de lange-termijn economische strategie van Curaçao.
Maatregelen
In het kader van het SEI wordt ANG 1 miljoen gereserveerd voor het entameren van een aantal nader te benoemen deelonderzoeken. Hierbij zal minimaal aan de orde moeten komen:
- Benoemen van kansrijke economische sectoren voor duurzame ontwikkeling
- Ontwikkelingsstrategieën voor deze sectoren
- Berekening van macro-economische effecten
- Toetsing aan criteria van duurzaamheid
Het opstellen van een integraal ontwikkelingsplan wordt gezien als een onderdeel van het reeds gestarte traject om een Masterplan voor Curaçao te ontwikkelen. Beoogd is dit traject in 2010 af te ronden.
Tevens wordt in het SEI een bedrag van ANG 500.000 gereserveerd voor versterking van de Milieudienst (waaronder aanschaf van meetapparatuur) en ANG 320.000 voor het uitbouwen van het macro-economisch model van de Curaçaose economie (Curalyse).
Overzicht maatregelen
5.3 Verbeteren investeringsklimaat
Doelstellingen
Niet later dan 2009 realiseren van verbeteringen in het investeringsklimaat door:
- doorvoeren van belastinghervorming met als doel het versimpelen van de regelgeving
- stroomlijnen van procedures voor verkrijgen van vergunningen met als belangrijkste criteria het verkorten van de doorlooptijd en het verbeteren van de transparantie om essentiële zakelijke vergunningen te verkrijgen
- het effectueren van een modern mededingingsbeleid via oprichting van een onafhankelijke, professioneel bemenste Regulatory Board
- het (re)activeren van een effectief export- en investeringsbevorderingsbeleid gemeten in een groei van minimaal 10% in non-petroleum export en in Foreign Direct Investment
Analyse
Duurzame economische ontwikkeling wordt onder andere bereikt door een aantrekkelijk investeringsklimaat. De overheid kan door het scheppen van de juiste randvoorwaarden een aantrekkelijk investeringsklimaat bewerkstelligen. De administratieve lasten en de red tape dienen zoveel mogelijk te worden beperkt. Bovendien dient een effectieve buitenlandse promotie van het eiland Curaçao als vestigingslocatie plaats te vinden. Daarnaast dient de overheid een onafhankelijk instituut op te richten dat toeziet op een goede marktwerking zodat er geen oneerlijke concurrentie plaatsvindt. Tevens is aan te bevelen om over een uitnodigend fiscaal instrumentarium en belastingstelsel te beschikken, waartoe buitenlandse investeerders zich aangetrokken voelen.
Conform verschillende rapporten is het huidige investeringsklimaat van Curaçao niet aantrekkelijk genoeg gelet op:
(1) het ingewikkelde belastingstelsel;
(2) de bestaande redtape en hoge regeldruk voor bedrijven;
(3) het gebrek aan mededingingsbeleid en
(4) de inefficiënte investeringsbevordering.
Ad 1 Het belastingstelsel
Het huidige belastingstelsel wordt als ingewikkeld ervaren, en de belastingtarieven als hoog en niet concurrerend ten opzichte van de regio . Het systeem van ontheffingen van de directe belastingen is te complex geworden met allerlei aftrekposten en bovendien dient te worden bezien of de ontheffingen en vrijstellingen inderdaad de sectoren en activiteiten aanmoedigen, die onder moderne economische inzichten dit verdienen. Er zijn regressieve elementen in het huidige stelsel. Daarnaast werkt het niveau van de directe belastingen van meer dan 30% negatief voor de concurrentiepositie van het eiland. Tenslotte is twee derde van de belastinginkomsten van ondernemingen afkomstig van “offshore” bedrijven, die steeds in aantal afnemen. Kortom, een herziening van het gehele fiscale systeem is nodig. Hier zijn het Land en het Eilandgebied Curaçao samen met buitenlandse experts inmiddels mee begonnen. De drie hoofddoelstellingen zijn: (i) een vereenvoudigd en transparant systeem; (ii) een lasten (kosten) verlagend stelsel door het draagvlak te verbreden; (iii) en een fiscaal systeem dat de meest belovende sectoren in de reële economie stimuleert.
Het huidige systeem werkt negatief ten aanzien van de belastingnaleving door burgers en bedrijven, en veroorzaakt ook een langere afhandeling- en doorlooptijd in de hele belastingketen per belastingplichtige. Het gevolge is achterstanden in aanslagen en inning. Een raming van de Afdeling Financiën is dat betere inning ca. ANG 50 miljoen zal opleveren.
Momenteel is nog veel van de verantwoordelijkheid voor fiscale zaken geregeld op Landsniveau. Bij de ontmanteling van het Land worden deze overgedragen aan het Land Curaçao, waardoor fiscaliteit beter als beleidsinstrument gebruikt kan worden.
De gunning van fiscale incentives (met name “tax holidays”) is niet voldoende transparant, geeft te veel mogelijkheden om “per geval” regelingen te treffen en zorgen ook voor redtape en hoge administratieve lasten. Dit verhoogt de fraudegevoeligheid van een aantal van de voornoemde regelingen van fiscale incentives en kan leiden tot concurrentievervalsing. De meeste incentives zijn met name bedoeld voor buitenlandse investeerders en niet van toepassing op de MKB sector, hetgeen als discriminerend kan worden beschouwd.
Maatregelen
- Het ombuigen en versimpelen van het fiscaal regime van Pais Kòrsou met een verschuiving van directe naar indirecte belastingen (zie ook bijlage B) in de periode 2008-2010. De overheid is in de tweede helft van 2007 begonnen met de Assessment gericht op het ontwikkelen van een eenduidig fiscaal beleid en een stappenplan om te komen tot geïntegreerde Tax Reform, gebaseerd op kwantitatieve analyse. Beoogd wordt om in het eerste kwartaal van 2008 een voorstel gereed te hebben.
- Het vergroten van de transparantie van het fiscale regime, met onder meer als subdoelen:
o Per 2009 de economische effecten van de huidige fiscale incentives en het effect van de fiscale incentives op de keuze van buitenlandse investeerders om op Curaçao te vestigen, in kaart brengen;
o Op basis van deze gegevens, per eind 2009 beslissen welke incentives gehandhaafd blijven;
o Bevorderen van incentives ten behoeve van de locale MKB sector, waarbij de overheid mede gebruik kan maken van reeds verricht onderzoek door de Kamer van Koophandel dat een overzicht geeft van mogelijke fiscale faciliteiten ten behoeve van de MKB-sector;
o Per 2010 het aanvragen van de fiscale incentives stroomlijnen d.m.v. vastleggen en publiceren van de procedures, vereisten en criteria, en geautomatiseerd aanvragen kunnen indienen;
o Minimaal elke twee jaar enquêteren van buitenlandse investeerders ter optimalisering van het proces.
Deze processen worden getrokken door het TRA project (zie ook 4.3)
Ad 2 Redtape en administratieve lasten
Het Eilandgebied Curaçao is gestart met het verminderen van administratieve lasten en redtape voor ondernemers, maar er is nog veel werk te verzetten. Op Curaçao kan het verkrijgen van de nodige basisvergunningen voor het oprichten van een bedrijf soms nog maanden in beslag nemen .
De voornaamste redenen hiervoor zijn:
- de verscheidenheid aan vergunningen;
- het ontbreken van een transparant beleid met zo weinig mogelijk discretionaire interventies;
- de gecompliceerde procedures;
- te veel betrokken instanties.
Het huidige uitgiftebeleid aangaande economische vergunningen is versnipperd over de verschillende overheidsinstanties. Een ander knelpunt is dat de aanvraag- en gunningsprocedures nog onvoldoende geautomatiseerd zijn.
Maatregelen
- Het goedkeuren van economische vergunningen wordt gerationaliseerd binnen één instantie (waarschijnlijk DEZ), terwijl de op te richten Economic Development Board zich zal ontfermen over promotie en contact met de cliënt (“one-window” idee). Dit is per 1 januari 2009 operationeel.
- Het uitbesteden van het project “centralisatie economische vergunningen” aan een externe consultant wordt per 1 april 2008 afgerond.
- Het implementatieplan voor de centralisatie van de economische vergunningen wordt in juni 2008 aan het Bestuurscollege aangeboden ter goedkeuring.
- Het actualiseren van het vestigingsbeleid en het stroomlijnen van de aanvraagprocedure wordt in 2009 afgerond door DEZ.
- Het actualiseren van de regelgeving aangaande de tewerkstellingsvergunning wordt, na het verrichten van een onderzoek naar de economische gevolgen van het wel of niet afschaffen van deze regeling, niet later dan 2010 afgerond door DEZ.
- Het vereenvoudigen en automatiseren van de aanvraagprocedure van de overige vergunningen waardoor het proces sneller zal verlopen dan momenteel het geval is. Gereed per medio 2009 als onderdeel van bovenstaande initiatieven.
- Het vastleggen van de procedure en de vereiste documenten bij het indienen van een vestigingsverzoek op de website van de overheid per 1 januari 2009, en het opzetten van een voorlichtingscampagne om alle betrokken stakeholders binnen de keten van informatie te voorzien over het aangepaste vreemdelingenbeleid wordt door Dienst Communicatie en Voorlichting voorbereid in coördinatie met de bovengenoemde projecten.
Ad 3 Mededingingsbeleid (“fair competition”)
De Curaçaose economie is een kleine open economie waarbinnen sommige markten een imperfecte werking vertonen . Meer specifiek leunen de sectoren onderwijs, gezondheidzorg, energie, telecommunicatie (vaste telefonie), benzine groothandel, logistiek (haven en luchthaven) en bankwezen dicht aan bij een monopolistische of oligopolistische marktstructuur. Een onafhankelijke “Regulatory Board” en regulerende wetgeving zijn geboden ter bescherming van de consument tegen disproportionele prijs/kwaliteit verhoudingen.
Maatregelen
- Uiterlijk per 1 januari 2009 wordt het reeds lopende proces om een Regulatory Board in te stellen, afgerond.
- Er wordt een mededingingswet opgesteld door specialisten op dit gebied. Daarnaast wordt een commissie, bestaande uit vertegenwoordigers van DEZ, AJZ, het bedrijfsleven, vakbonden en consumentorganisaties, in het leven geroepen als klankbord voor de experts. De expertgroep dient per september 2008 haar wetsvoorstel te presenteren; belangrijke elementen in het mededingingsbeleid zijn de mededingingsautoriteit en een geschillencommissie voor het consumentenbeleid.
Ad 4 Investeringsbevordering
Curaçao profileert zich onvoldoende wereldwijd en er wordt aan potentiële afzetmarkten die relevant zijn voor de economische ontwikkeling geen of te weinig aandacht geschonken. Een kernprobleem is dat de promotie versnipperd is over meerdere instanties, terwijl er ook te weinig sectoraal beleid is.
Maatregelen
- Operationaliseren van de Curaçao Economic Development Board per 1 januari 2009, dit houdt o.m. in:
o Goedkeuren dan wel aanpassen van het reeds voorbereide Business Plan door het Bestuurscollege
o Vaststellen van het exacte takenpakket, gericht op acquisitie, investerings- en exportpromotie, en m.n. ook de interactie met de entiteit belast met het goedkeuren van (economische) vergunningen
o Uitwerken van financiering van de entiteit in de vorm van een “public-private partnership”
o Formatie van het bestuur en invullen personeel conform “best practices”
Overzicht maatregelen
5.4 Bevorderen ondernemerschap en verbeteren kapitaalmarkt
Doelstelling
Het verhogen van de slaagkans van kleine ondernemers gemeten door een verbetering van 20% in 2010 (over niveau van 2007) in het netto aantal nieuwe bedrijven (nieuw ingeschreven bedrijven min uitgeschreven bedrijven)
Analyse
Curaçao heeft momenteel geen goedgekeurd MKB beleid (een concept is wel opgesteld) waardoor er geen prioritering aangebracht wordt tussen verschillende sectoren en hoe de knelpunten van die sector aangepakt kunnen worden. De MKB-sector kampt, ondanks verschillende bestaande stimulerende regelingen, met een aantal barrières bij het opstarten van een onderneming zoals gebrek aan trainingen, toegang tot de kapitaalmarkt en de nodige infrastructuur. Momenteel gaat meer dan tweederde deel van alle opgerichte MKB-bedrijven binnen een jaar failliet.
Een aantal problemen van het MKB worden mede veroorzaakt door het karakter van de Curaçaose kapitaalmarkt. Deze wordt bestempeld als een oligopolistische markt. Een relatief klein aantal commerciële banken zijn actief, waarvan 3 aanbieders een marktaandeel hebben van ruim 70%. Tevens wordt de kapitaalmarkt verstoord door structurele begrotingstekorten van de overheid. De werkgroep Wijers heeft in haar rapport (2002) de onderstaande tekortkomingen had geconstateerd:
- Een tekort aan kredieten met lange looptijd;
- Een tekort aan kredieten van grote omvang;
- Een tekort aan financieringsvormen met een hoger risico;
De verwachting is dat toegang tot kapitaal in de komende jaren zal verbeteren zonder verdere specifieke maatregelen in SEI door:
- Grotere liquiditeit in financiële instellingen en lagere rentestand als gevolg van schuldsanering van de overheid, waardoor leningen naar verwachting tegen meer concurrerende voorwaarden ter beschikking zullen komen;
- Beschikbaar komen van een locale effectenbeurs, nu in oprichting;
- Het reeds lopende proces om een Herstelbank op te richten.
Maatregelen
- Per eind 2008 opstellen integraal MKB beleid met als hoofddoelen: (a) bevorderen van kansrijke sectoren binnen het MKB, (b) verhogen van de slaagkans van nieuwe/kleine ondernemers, (c) stimuleren van kleine en micro-kredieten aan startende ondernemers, bij de Herstelbank en Korpodeko, (d) bevorderen van maatregelen in het (beroeps)onderwijs om ondernemerschap te stimuleren en ondernemers beter uit te rusten met relevante competenties voor ondernemerschap, en (e) verbeteren van meten van kerngegevens van de sector. Het MKB beleid zal specificeren met welke middelen deze doelen bereikt zullen worden, wie hiervoor verantwoordelijk zal zijn en wanneer deze bereikt zullen moeten worden.
- Evalueren van bestaande faciliteiten in het licht van het nieuwe beleid.
- Opstellen van nieuwe faciliteiten gedurende 2009 en 2010
- Implementeren van fiscale faciliteiten voor het MKB (zie ook 5.2)
Overzicht maatregelen
5.5 Investeren in de economische infrastructuur
Doelstelling
Het investeren in een aantal infrastructurele voorzieningen, met name in de toeristische sfeer, met als doel om niet later dan 2010 op een aantal cruciale locaties het product te verbeteren dan wel randvoorwaarden voor verdere groei te creëren. Hoewel deze investeringen directe effecten zullen hebben (werkgelegenheid, spinoff) is het voornaamste beoogde doel het stimuleren van verdere investeringen en groei.
Analyse
De herstructurering van de economie dient aangevuld te worden met een aantal zorgvuldig uitgekozen impulsen om zodoende een optimale economische ontwikkeling van het eiland te bewerkstelligen. Curaçao kent diverse gebieden waar geen of geen additionele investeringen plaatsvinden vanwege het ontbreken van de vereiste infrastructuur. Gezien de sterk groeiende toeristische sector is het van belang dat de overheid faciliterend optreedt voor het ontsluiten van deze gebieden.
Momenteel zit het verblijfstoerisme, met name vanuit Europa, in de lift. Het jaar 2007 heeft een groei van 18% ten opzichte van 2006 laten zien. Het is van groot belang om te blijven investeren in deze sector teneinde een hoog kwalitatief product te kunnen garanderen. Het aantal hotelkamers zal in de komende drie jaar min of meer verdubbelen van 3,500 kamers naar 6,000 . Het moge duidelijk zijn dat er diverse investeringen gepleegd moeten worden op het gebied van o.m. marketing, service niveau, opleidingen en infrastructuur om de duurzame ontwikkeling van de toeristische sector en de economie in zijn algemeenheid te waarborgen.
De maatregelen opgenomen in het SEI richten zich op:
1. Randvoorwaarden scheppende maatregelen voor een verdere ontwikkeling van de toeristische sector en de economische ontwikkeling in het algemeen van het eiland, met name door ontsluiten van een aantal gebieden.
2. Upgrading van het toeristische product voor het kunnen aantrekken van meer toeristen naar Curaçao.
3. Overige impulsen die direct of indirect van belang zijn voor de economische ontwikkeling van het eiland.
In de projectvoorstellen zal een kosten-baten analyse gepresenteerd worden.
Ad 1 -- Randvoorwaardenscheppende projecten
Er is een aantal gebieden op Curaçao met een grote potentie voor economische- en met name toeristische ontwikkeling. Deze zijn in het Tourism Masterplan 2005-2009 als prioriteitsgebieden aangemerkt. Een knelpunt is dat de nodige infrastructuur voor het creëren van een katalyserend effect, dat zal resulteren in concrete private investeringen, ontbreekt. Er is een aantal projecten geïdentificeerd in gebieden waar private investeringen zullen volgen op de aanleg van de infrastructuur; de ontwikkelaars zijn al bekend.
Tevens is het zaak dat het momentum in de toeristische groei niet verloren wordt. Door het ontbreken van middelen bij het Eilandgebied Curaçao dreigt een tekort te ontstaan bij twee belangrijke initiatieven, namelijk een continue marketing voor toerisme en het trainen van mensen voor werk in toerisme. Hiertoe zijn SEI middelen gereserveerd in een tweetal projecten, welke beide in hoofdzaak gefinancierd worden door het Eilandgebied Curaçao.
Maatregelen
- Medefinanciering van het project Horeca training voor werkzoekenden
- Medefinanciering van het Tourism marketing plan
- SOP Scharloo Abou
- Verbetering ontsluiting Rifgebied
- Masterplan Waaigat
- Bouw- en woonrijp maken gebied Piscadera.
Een belangrijke voorwaarde voor het realiseren van een aantal (private) projecten die gepland zijn aan de oostkant van het Eiland en in Punda is dat er het verkeer op een veilige en op optimale manier kan doorstromen. Dit is momenteel een knelpunt voor de ontwikkeling van zowel toeristische gebieden als de woonwijken aan de oostkant van het eiland.
Er zijn twee trajecten in SEI opgenomen om landbouw en visserij te stimuleren, mogelijk in combinatie met toeristische activiteiten. Hiermee wordt enige diversificatie bevorderd. Het gaat om Aanleg visboeien en Koud water techniek voor de landbouw.
In de SEI periode 2008-2010 wordt een aanvang gemaakt met de bouw van een tweede “megapier” aan de zee buiten de St. Annabaai. Deze pier is noodzakelijk om de concurrentiepositie van Curaçao in de cruisemarkt te behouden, omdat grotere, moderne cruiseschepen moeilijk of niet aan de traditionele kades binnen de (smalle) Annabaai kunnen afmeren. Deze investering kan door de Curaçao Port Authorities commercieel worden gefinancierd en zal geen beslag leggen op de SEI middelen.
Maatregelen
- Verbetering stadsentree Punda
- Aanpak verkeersknelpunten Caracasbaaiweg
- Actualisering van het bereikbaarheidplan t.b.v. de Binnenstad.
- Aanleg visboeien
- Koud water techniek voor de landbouw
Ad 2 -- Upgrading toeristische product
De gebieden Scharloo en Pietermaai zijn belangrijke toeristische trekpleisters. Veel panden in deze gebieden worden of zijn gerestaureerd door particulieren. De weg van de luchthaven via de EEG-weg naar de Binnenstad is voor de meeste toeristen hun eerste indruk en daarmee het visitekaartje van Curaçao. De huidige infrastructuur in deze gebieden is niet optimaal.
Aan de hand van enquêtes gehouden met toeristen die het eiland Curaçao hebben bezocht valt te concluderen dat de bewegwijzering van het eiland niet goed is. Voor de toerist is het uiteraard belangrijk dat de bestemmingen en plaatsaanduiding duidelijk zijn aangegeven. Het Marinepark van Curaçao is een interessante duiklocatie en staat internationaal bekend. Het park kan nog aantrekkelijker gemaakt worden door het verbeteren van het duikproduct.
Maatregelen
- Upgraden infrastructuur Scharloo
- Upgraden gebied Pietermaai Smal
- Upgraden EEG-weg tot vliegveld Hato.
- Verbeteren bewegwijzeringsborden
- Beheersstructuur en bezoekcentrum Marinepark.
Ad 3 -- Overige investeringen (investeringsimpuls)
Op dit gebied van kenniseconomie heeft onder andere het wetenschappelijk instituut Caribbean Research and Management of Biodiversity (Carmabi) succes geboekt. Carmabi biedt de mogelijkheid aan buitenlandse wetenschappers om onderzoek lokaal te laten plegen. Echter de huidige faciliteiten voor de gasten verkeren niet in een optimale staat.
Het gebrek aan voorzieningen (verkooppunten) om vis aan de man te brengen die voldoen aan de gezondheids- en milieueisen is een knelpunt voor ontwikkeling van de visserij. Met name in het niet-stedelijke westelijk deel van Curaçao is visserij een van de wezenlijke economische alternatieven. In het kader van diversificatie van de economie wordt hier in SEI aandacht aan besteed.
De toerisme-industrie heeft een grote behoefte aan water. Voor zover het geen drinkwater betreft (bijvoorbeeld irrigeren van een golfbaan, landscaping van hotels en openbare plantsoenen) kan volstaan worden met gezuiverd afvalwater (voedingrijk zoetwater). Gezien het tarief van gezuiverd afvalwater, bijna een kwart van gewoon leidingwater, is het interessant om een van de bestaande maar verouderde waterzuiveringsinstallaties dicht bij een toeristisch gebied (Klein Hofje) te moderniseren. Het project kan grotendeels bancair (commercieel) worden gefinancierd; echter, voor de onrendabele top wordt SEI financiering aangevraagd.
De groei van de economie (met name toerisme) en bevolking zet ook druk op de verwerking van afval. Het overheidsbedrijf Selikor moet noodzakelijke voorzieningen treffen in de landfill, terwijl zij ook werkt aan stimulering van recycling. Voor dit traject is een SEI project gedefinieerd, waar Selikor ook een eigen bijdrage levert.
Voor het behoud van Willemstad op de werelderfgoedlijst van UNESCO is het belangrijk om de structuur van de stad, de monumenten maar ook de staat van de infrastructuur op een voldoende kwaliteitsniveau te behouden. De riolering in de Binnenstad verkeert in een slechte staat en veroorzaakt overlast van stank en verstoppingen, hetgeen het milieu en het toeristisch product niet ten goede komt.
Maatregelen
- Verbeteren researchfaciliteiten Carmabi
- Markthallen ten behoeve van de visserij
- Optimaliseren/moderniseren waterzuiveringsinstallatie Klein Hofje
- Renovatie riolering binnenstad
Overzicht geselecteerde randvoorwaardenscheppende projecten
(*) Dit project wordt medegefinancierd door de private sector (ANG 11 miljoen, w.o. NV Stadsherstel) en er zal een verzoek voor medefinanciering bij AMFO worden ingediend voor enkele projectonderdelen
Overzicht geselecteerde projecten t.b.v. het upgrading van het toeristische product
Overzicht geselecteerde projecten ten behoeve van overige investeringen
6 Arbeidsmarkt
6.1 Inleiding
Een van de belangrijkste impulsen die het SEI kan geven aan de verdere ontwikkelen van een gezonde sociale en economische situatie op Curaçao is het verbeteren van een aantal omstandigheden die momenteel een gezonde ontwikkeling van de arbeidsmarkt in de weg staan. Arbeid betekent productie, en productie is het fundament voor verbeteren van economie en van het structureel kunnen aanpakken van nijpende sociale problemen.
Een aantal initiatieven die in dit document genoemd worden onder de noemer van economie, bestuur of sociale verbeteringen, zullen op zich ook bijdragen aan een verbeterde inzetbaarheid van arbeidskrachten en een groei in de economie. Niettemin resteren er een aantal specifieke zaken die momenteel een goed werkende arbeidsmarkt belemmeren. Enkele hoofdthema’s zijn:
- Slechte aansluiting tussen (beroeps)onderwijs en de behoeften van de arbeidsmarkt, dat aan de ene kant leidt tot jongeren met skills waarvoor geen vraag is, maar ironisch genoeg ook leidt tot een tekort aan gekwalificeerde arbeidskrachten in belangrijke sectoren zoals het toerisme en de bouw
- Beperkte middelen bij onder meer de Dienst Werk en Inkomen die direct met deze problematiek te maken heeft
- Beperkte harde cijfers over de verwachte groei en behoefte naar arbeidskrachten, en onvoldoende uitwisseling en afstemming van informatie over kwalificatieniveaus en onderwijstypen (bijvoorbeeld de discussie over lerend werken vs. werkend leren)
- Starre arbeidswetgeving die niet voldoet aan de eisen van een internationaal concurrerend land
- Instroom van buitenlandse krachten die concurreren met lokale werknemers
Aan de trend van oplopende werkloosheid, gepaard gaande met een torenhoge jeugdwerkloosheid, lijkt in 2006 een einde gekomen te zijn. De werkloosheid daalde met 3,5% en de jeugdwerkloosheid met meer dan 6%. Niettemin is de absolute werkloosheidsgraad, in het bijzonder de jeugdwerkloosheid, nog steeds zorgwekkend.
De toename in de werkgelegenheid in 2006 kwam bijna uitsluitend ten goede van de lokale bevolking (tussen 1500 en 2500 banen). De ontwikkelingen in de toeristische sector hebben hierin een belangrijke rol gespeeld, zowel via directe werkgelegenheid als indirect, waaronder de bouwsector.
Tabel: Arbeidsmarktindicatoren 2000-2006
2000 2001 2002 2003 2004 2005 2006 2007
Werkend 50.105 47.353 49.056 52.137 51.474 51.343 53.797 53.800
Werkzoekend 8.278 8.899 9.056 9.274 9.861 11.392 9.241 7.300
Beroepsbevolking 58.383 56.252 58.112 61.411 61.335 62.735 63.038 61.125
Totale bevolking 131.675 128.125 127.893 130.191 132.207 135.474 138.027
Emigratie 13.876 8.288 6.406 4.813
Migratie 3.988 4.288 8.515 7.738
Werkloosheid (%) 14.2 15.8 15.6 15.1 16.1 18.2 14.7% 12.0%
Jeugdwerkloosheid (%) 27.3 34.0 34.1 33.5 36.8 44.0 37.6% 24.2%
Participatiegraad (%) 44.3 43.9 45.4 47.2 46.4 46.3 45.7 45.1%
Uit onderzoek van het CBS blijkt dat er drie maal zoveel ingeschreven werkzoekenden zijn als vacatures. Slechts 40% van de aangemelde vacatures bij de arbeidsbureaus (gemiddeld 726 per jaar) wordt ingevuld. Er is dus een discrepantie tussen vraag en aanbod van arbeidskrachten. Het aantal legale werknemers neemt toe. Het vermoeden bestaat dat ook het aantal illegale werknemers jaarlijks toeneemt. Bescheiden schattingen zouden wijzen op meer dan 10.000 illegalen (op een officiële beroepsbevolking van circa 62.000).
Momenteel vindt een initiatief plaats, tripartiet getrokken, om een aantal knelpunten in de arbeidsmarkt bij de hoorns te pakken. Het initiatief zal in maart 2008 uitmonden in een beleidstuk over de arbeidsmarkt. Vooruitlopend op de eindconclusies lijken de belangrijkste thema’s:
- Market driven education: betere afstemming met beroepsonderwijs
- Implementeren van OECD aanbevelingen inzake arbeidsmarktbeleid
- Verbetering secundaire arbeidsvoorwaarden
- Meten en verbeteren van productiviteit
- Retraining faciliteiten
- Flexibele werktijden
Een van de centrale thema’s in het arbeidsmarktbeleid is het introduceren van een grotere mate van flexibilisering. Flexibilisering van de arbeidsmarkt gaat om onder andere het verminderen van de kosten van ontslag, het makkelijker kunnen aanpassen van zowel de werkgever als de werknemer aan veranderende omstandigheden en het vergroten van de mogelijkheden voor tijdelijk werk. Flexibele arbeidswetgeving bevordert de inzet van arbeid, in het bijzonder van kwetsbare groepen zoals vrouwen en jongeren, en werkt in het voordeel van voornamelijk arbeidsintensieve sectoren zoals de toeristische sector.
Zoals eerder vermeld is, na afschaffing in 2000, in 2003 de ontslagwet opnieuw geïntroduceerd. Gegeven het belang van een flexibele arbeidsmarkt voor het versterken van het investeringsklimaat en daarmee de concurrentiepositie en ook voor de inzetbaarheid van arbeid, is het noodzakelijk dat een moderne arbeidswetgeving als basis aanwezig is.
6.2 Verbetering aansluiting beroepsonderwijs op arbeidsmarkt
Doelstellingen
Het verkleinen in 2010 van de “gap” tussen beroepsonderwijs en arbeidsmarkt gemeten door:
- een reductie van 30% van degenen die kunnen werken maar niet aan de slag komen (categorie 1 en 2 bij DWI)
- aansluiting van het benodigde aantal arbeidskrachten en het aantal in opleiding zijnde jongeren in de cruciale sectoren van bouw en toerisme
Analyse
Een van de belangrijkste knelpunten aan de aanbodzijde van de arbeidsmarkt ligt in het feit dat de werkzoekende beroepsbevolking vaak niet over de vereiste kwalificaties, werkervaring en werkattitude beschikt. Ondanks een innovatie- en reorganisatieproces dat sinds 2000 loopt, sluit het vakonderwijs onvoldoende aan op de arbeidsmarkt: teveel leerlingen komen van school met kennis en vaardigheden waarvoor op de arbeidsmarkt onvoldoende vraag bestaat en vice versa. Een (effectievere) informatie-uitwisseling tussen werkgeversorganisaties en het beroepsonderwijs is geboden.
Maatregelen
De kwaliteit van de beroepsbevolking zal alleen verhoogd worden met extra investeringen in de kwaliteit van het onderwijs, waarbij een onderscheid gemaakt wordt tussen regulier onderwijs, opleidingsprogramma’s voor voortijdige schoolverlaters (drop-outs), opleidingsprogramma’s voor werklozen/onderstandtrekkers en volwasseneducatie. Deze aandachtspunten worden hieronder nader toegelicht:
- Investeren in het reguliere onderwijs: Het onderwijsprogramma is gericht op vernieuwingen in het funderend – en het beroepsonderwijs, onderdelen die van cruciaal belang zijn om een beroepsbevolking te genereren met voldoende kennis en vaardigheden. Fundamentele koerswijzigingen in het onderwijs zoals deze zijn trajecten van vele jaren. Daarom moet de aandacht óók worden gericht op specifieke, korte termijnverbeteringen die meteen hun effect hebben.
In overleg met het bedrijfsleven moet worden bekeken welke nieuwe sectoren in het beroepsonderwijs nodig zijn en hoe het bestaande beroepsonderwijs beter kan aansluiten op de vraag. Daarnaast moet ondernemerschap een meer prominente rol moeten krijgen in het onderwijs.
De scholen zullen hun capaciteit moeten uitbreiden en hun leermethodes aanpassen (lerend werken) om te voldoen aan de toekomstige vraag (toerisme, bouw), en daarvoor zijn additionele investeringen vereist, óók van de private sector. Bij de bedrijven moet ook de bereidheid aanwezig zijn om te investeren in jongeren via leer-werktrajecten.
- Investeren in opleidingsprogramma’s voor voortijdige schoolverlaters: De Antilliaanse overheid heeft in 2005 de sociale vormingsplicht ingevoerd, met als doel om inactieve jongeren (geen school, geen werk) van 16 tot 24 jaar middels opleiding en werk voor te bereiden op betaald werk of het instromen in een vervolgopleiding. Continuering hiervan zal positief uitwerken op het arbeidsaanbod, maar tegelijkertijd is duidelijk dat deze jongeren ook na afronding van de sociale vormingsplicht nog over betrekkelijk weinig concreet toepasbare kennis en vaardigheden beschikken. Zij moeten gericht begeleid moeten worden om de weg naar de arbeidsmarkt te vinden. De interventie E72 (het project Duaal Werktoeleiding Traject) is een samensmelting van verschillende initiatieven die allen tot doel hadden om deze moeilijke groep productief te maken, waarbij beproefde methodes gebruikt zullen worden.
Het beleid dient zich eveneens te richten op het verminderen van het aantal drop-outs. De controle op de leerplicht wordt geïntensiveerd; dit is opgenomen in het Onderwijs en Jeugdprogramma.
- Investeren in opleidingsprogramma’s voor werklozen/onderstandtrekkers: Het project “Rumbo pa Trabou” is in 2006 goedgekeurd door de Bestuurscollege maar tot heden niet van start gegaan . Dit project heeft als doel om onderstandtrekkers door middel van een leerwerktraject en financiële prikkels (voor de werkloze èn de werkgever) te laten instromen in een reguliere baan.
- Investeren in trajecten volwassen educatie: Naast de huidige voorzieningen dienen meer permanente educatie voorzieningen gecreëerd te worden voor herintreders tot de arbeidsmarkt. Er zijn veel jongere volwassenen die hun afgebroken onderwijs zouden willen afronden. Ondernemerschap als richting en taalvaardigheden zijn daarbij belangrijke speerpunten.
Het SEI zal tevens de oprichting van een arbeidsmarktcentrum financieren (E74) dat als belangrijke taak zal hebben de informatiekloof tussen werkgevers en beroepsopleiding te overbruggen, waardoor gericht beleid van onder meer de eilandelijke Raad voor Onderwijs en Arbeid (in oprichting) mogelijk wordt.
In het toegeleiden van (al dan niet eerder actieve) arbeidskrachten naar de markt heeft de Dienst Werk en Inkomen een belangrijke coaching- en bemiddelingsrol te spelen. In het kader van de versterking van deze dienst zal SEI de automatisering van de dienst en een vacaturebanktraject op zich nemen. Met de automatisering wordt beoogd dat de specialisten bij DWI beter geëquipeerd zijn om hun begeleidingsfunctie invulling te geven.
Overzicht maatregelen
(*) Voor dit project wordt een verzoek voor medefinanciering ingediend bij de AMFO
6.3 Uitbouw van arbeidsgericht onderwijs (AGO)
Doelstelling
Het vergroten van de effectiviteit van het AGO onderwijs gemeten door een groei ieder jaar 2008-2010 van het aantal plaatsingen in de arbeidsmarkt van AGO leerlingen.
Analyse
AGO is bedoeld voor leerlingen, van wie met hoge mate van zekerheid gezegd kan worden dat zij het VSBO niet met succes zullen doorlopen. Deze leerlingen zijn gebaat bij sterk vaardigheidsgericht onderwijs. AGO wordt gekenmerkt door een nauw verband tussen leren en werken. Het samengaan van leren en werken vereist een centrale plaats voor binnenschoolse vorming door interne stages in het begin en later voor buitenschoolse vorming door middel van externe stages.
AGO is dus eindonderwijs; de leerlingen worden voorbereid op zelfstandig functioneren in de samenleving. Wanneer de leerlingen de school verlaten zijn ze sociaal en maatschappelijk redzaam en kunnen ze zich een plaats op de arbeidsmarkt verwerven.
Maatregelen
Het AGO zal in de komende jaren haar eigen gezicht binnen ons onderwijssysteem moeten ontwikkelen en dit vormgeven in een duidelijke toekomstvisie.
Er zal per eind 2008 een ontwikkelingsplan samengesteld zijn, waarin de volgende componenten verwerkt worden.
• Uitgangspunten
Het AGO zal gericht zijn op de behoeften van het huidige bedrijfsleven en op de maatschappelijke omgeving. Daarvoor zal een gezamenlijke visie van de overheid, de schoolbesturen c.q. de directie en docenten, leerlingen, ouders en bedrijfsleven worden ontwikkeld.
• Uitwerking in onderwijsplannen en ruimte-eisen
Vervolgens wordt door de overheid en de schoolbesturen geformuleerd hoe zij de komende 5 à 10 jaar het onderwijs zien evolueren en hoe de school daarop gaat anticiperen. Het komt neer op het bijstellen van het onderwijsplan en de leeractiviteiten. Daaruit vloeien eisen voort aan gebouwen en de inrichting.
• Locatie
Vervolgens wordt beoordeeld of gebouwen of percelen geschikt is, of geschikt gemaakt kan worden voor huisvesting van het AGO.
• Meerjarenbegroting
Om continuïteit te garanderen stelt het AGO een meerjaren onderhouds- en onderwijsinhoudelijke begroting op.
• Pedagogisch didactische continuïteit
Een structurele oplossing voor de locatieproblematiek biedt ook in grote mate een oplossing voor de pedagogisch/didactische continuïteit. Verder zal het ontwikkelingsplan aandacht besteden aan het terugdringen van het verloop van leerkrachten, daar vooral deze leerlingen baat hebben bij structuur, continuïteit en vertrouwen.
In het SEI is financiering opgenomen voor het opstellen van het genoemde plan en het inrichten van een aantal vormingslokalen.
Overzicht maatregelen
6.4 Hoger onderwijs
Doelstellingen
- Uitbouw instituut voor hoger onderwijs
- Verbetering faciliteiten, waaronder infrastructuur en studiefinancieringstelsel, voor studenten
Analyse
Hoger onderwijs is een van de cruciale factoren voor de duurzame ontwikkeling. Dit klemt des te meer het geval voor hoger onderwijs in kleine eiland economieën die, door de kleine schaal en beperkte economische bronnen, relatief meer moeten investeren om hun hoger onderwijs te handhaven dan grotere landen.
Het hoger onderwijs op Curaçao kent op dit moment een tweetal bekostigde instellingen:
- De Universiteit of the Nederlandse Antillen (UNA) met circa 2.000 studenten bekostigd met ANG 13,1 miljoen door het Land Nederlandse Antillen, met een viertal actieve faculteiten;
- De Academia Pedagogiko Korsou (APK) met circa 130 studenten, bekostigd met circa ANG 2,35 miljoen door het Eilandgebied Curaçao, die onderwijzers opleidt.
In 2008 zal een reeds enige tijd lopend integratietraject tussen de UNA en de IPSO –de stichting waaronder de APK ressorteert- zijn beslag krijgen.
Voorts zijn er diverse private onderwijsinstituten met naar schatting 500 studenten..
Diverse van deze private instellingen vragen collegegelden variërend van ANG 3.000 tot 7.000 en krijgen deze gefinancierd via de Stichting Studiefinanciering Curaçao (SSC)
Belangrijke issues voor UNA en het hoger onderwijs zijn:
a. Bekostiging UNA
De bekostiging van de UNA is ondanks een groei van zo’n 15% per jaar de laatste 4 jaar gelijk gebleven. Momenteel wordt een nieuw zorgcontract voor de periode 2008-2010 onderhandeld waarin de bekostiging gerelateerd zal zijn aan het aantal studenten. Dit zorgcontract zal door Pais Kòrsou worden overgenomen.
b. Studiefinanciering
Tot 2004 ontvingen UNA studenten studiefinanciering van de IB-Groep Groningen (circa ANG 2.000 per maand). Dit is afgebouwd; dit jaar ontvangen de studenten ANG 3.900 per jaar van Stichting Studiefinanciering Curaçao en kunnen voorts boeken en buskaarten declareren. Dit is net voldoende om college/inschrijfgelden te kunnen betalen (ANG 3.000/jaar).
c. Accreditatie en Internationalisering van de UNA
Volgens het Strategisch plan 2006-2010 van de UNA is het streven om alle UNA opleidingen in 2009 en 2010 geaccrediteerd te hebben naar Europese maatstaven. De kosten die dit met zich meebrengt (ANG 3 miljoen) zijn aangevraagd maar uiteindelijk niet opgenomen in het Deltaplan, waardoor de accreditatie van de UNA in het gedrang komt.
d. Brain drain
Het merendeel van studenten die naar Nederland gaan voor studie keren niet naar Curaçao terug, zo leert de ervaring. Dit is voor de opbouw van eigen kader op het eiland Curaçao funest. Daarnaast is het studeren in Nederland ten minste 100% duurder dan studeren op Curaçao. Een student aan de UNA kost in totaal ANG 10.000/jaar (4.000 euro).
e. Infrastructuur
De UNA is gehuisvest in panden die 28 jaar geleden gebouwd zijn voor 600 studenten. Momenteel zijn dat er ruim 2.000 en een voorziene groei gaat uit van 3.000 a 4.000 studenten. UNA is gestart met fase 1 van een lange termijn plan voor faciliteiten met commerciële financiering, maar financiering van latere fasen, binnenkort noodzakelijk, is nog niet geregeld.
Maatregelen
- Een herziening van de beschikbare studiefinanciering voor hoger onderwijs is noodzakelijk. Een public-private partnership zal onderzocht worden, waarin door de toegenomen liquiditeit de locale banken een grotere rol kunnen spelen in studiefinanciering dan voorheen het geval is geweest.
- Om verdere brain drain tegen te gaan, zal niet later dan medio 2009 een beleid opgesteld en gevoerd worden om studeren in eigen land te bevorderen. Er wordt vooruitlopend een reservering gemaakt in de SEI middelen om deze campagne te ondersteunen.
- UNA zal proactief werken aan het aantrekken van alternatieve fondsen (“derde geldstroom”) om haar uitbreidingsplannen te kunnen realiseren.
6.5 Bevordering mobiliteit
Doelstelling
Het wegnemen van omstandigheden die leiden tot het niet integreren in de arbeidsmarkt van personen die verder over de vereiste competenties beschikken.
Analyse
Praktijkervaring bij o.m. Dienst Werk en Inkomen heeft aangetoond dat faktoren in de leefomstandigheden van werkzoekenden vaak op een onverwachte en ongewenste wijze zich manifesteren als obstakels in het proces van integratie van de arbeidsmarkt. Twee faktoren die in deze genoemd kunnen worden zijn openbaar vervoer en kinderopvang.
- Het routenetwerk en –tijden van openbaar vervoer sluit slecht aan bij de woonwijk maar ook de lokaliteit van het werk, en bij niet-reguliere werktijden (“shift workers”).
- De 6.000 gezinnen geleid door alleenstaande moeders op Curaçao hebben onvoldoende toegang tot adequate kinderopvang (niet ingesteld op afwijkende werktijden, te weinig kwaliteitsnormen).
Verder kan de efficiëntie van de arbeidsmarkt en de bemiddelingsfunctie worden verbeterd door het beheer van een algemene vacaturebank. Momenteel wordt, gefinancierd met USONA middelen, een vacaturebank en matching systeem ontwikkeld voor de toeristische sector. Dit systeem kan vrij makkelijk worden uitgebouwd tot een algemeen systeem.
Maatregelen
- Continue monitoren en waar mogelijk verbeteren van routenetwerk en –tijden openbaar vervoer door Afdeling Openbaar Vervoer in consultatie met Autobus Bedrijf Curaçao, private buschauffeurs en werkgeversorganisaties, waardoor het aantal werknemers dat op een kosteneffectieve manier via openbaar vervoer naar werk kan geoptimaliseerd wordt en ook ’s nachts vervoer beschikbaar is.
- Ontwikkelen van normen voor kinderopvang in consultatie met werkgeversorganisaties; tevens worden middelen gereserveerd voor het stimuleren van verbeteren en het upgraden van kinderopvang
- Aanpassen van vacature systeem, nu toegespitst op toerisme, voor algemeen gebruik
Overzicht maatregelen
7 Sociale voorzieningen
7.1 Armoedebestrijding
Doelstellingen per 2010
- Daling van aantal huishoudens onder armoedegrens met 5%
- Betaald werk voor 40% van hoofden huishoudens onder armoedegrens
- Daling van jeugdwerkeloosheid met 10 procentpunten
- Verhogen van effectiviteit NGO’s door clustering en samenwerking te bevorderen
Analyse
Armoede kent meerdere dimensies: hoogte van inkomen, de kwaliteit van het sociaal functioneren, gezondheid, perspectief en de perceptie van de eigen situatie. De meest recente en uitgebreide informatie over armoede is terug te vinden in een tweetal onderzoeken van Reda Sosial , gericht op 6 wijken op Curaçao. In 2005 en 2007 heeft het Sociaal Kennis Centrum verder diepgaand onderzoek verricht in deze wijken .
Kenmerken van de armere huishoudens en de onderscheiden risico- en probleemgroepen zijn:
- De armere huishoudens bestaan gemiddeld uit 4,4 personen ten opzichte van 2,9 bij overige huishoudens;
- Bij 24% van de armere huishoudens heeft het hoofd van het huishouden betaald werk versus 78% bij de overige huishoudens;
- 78% van de hoofden van deze armere huishoudens hebben niet meer dan een lagere schoolopleiding gevolgd;
- Bij 61% van deze huishoudens staat een vrouw aan het hoofd versus 31% bij de overige huishoudens. (CBS, 2001).
Hulpverlening is ‘empowerment’ geworden: niet alleen de ergste noden wegnemen, maar ook het individu wijzen op eigen verantwoordelijkheid en hulpmiddelen aangeven waarmee men zich een zelfstandige positie in de samenleving kan verwerven. Belangrijk hierbij is het (her)vinden van een balans tussen het stimuleren van de zelfredzaamheid en het klaarstaan om schrijnende situaties per direct op te lossen. Herintegratie in het arbeidsproces, waar mogelijk, dient gestimuleerd te worden.
De Nederlandse Antillen noch de afzonderlijke eilanden hebben een structureel en integraal armoedebeleid ontwikkeld. Er bestaan verschillende beleidsnota’s die de armoede problematiek deels aanpakken.
Het is een taak van zowel de overheid als de samenleving (NGO’s) om een pakket van maatregelen te ontwikkelen dat snel en effectief de meest behoevende weet te bereiken, waarbij zowel de eerste noden worden weggewerkt (zoals oplossingen bij schuldvragen), als op termijn een structurele aanpak wordt aangedragen die meer gericht is op preventie van armoede dan bestrijding (zoals leren budgetteren).
Het beeld van de Non-Governmental Organizations op Curaçao is zeer gevarieerd. Daar zij de overheid vaak aanvullen bij het verrichten van taken , vormen zij een belangrijke spil in het realiseren van de doelstellingen van het overheidsbeleid. Curaçao kent zo‘n 300 tot 400 actieve NGO’s (van ca. 1.000 totaal), hetgeen er vaak toe leidt dat enthousiaste, goed bedoelde initiatieven door de versnipperde aanpak toch niet tot een duurzame oplossing van nijpende sociale problemen leidt. De capaciteit van een groot aantal van deze organisaties is niet toereikend om op een structurele manier om te gaan met de formele financiering- en verantwoordingscycli.
Maatregelen
Om de versnippering en capaciteitsbeperkinegn bij NGO’s te kunnen ondervangen wordt in het SEI een project opgenomen met het doel ondersteuning te geven aan NGO’s bij de verrichting van hun werkzaamheden , teneinde de organisaties te versterken en om de samenwerking onderling te stimuleren.
Veel onderdelen van het SEI programma hebben een indirecte impact op armoedebestrijding. Immers, het SEI gaat met name over duurzame verbeteringen in de economie en de arbeidsmarkt. Enkele specifieke punten die te maken hebben met armoedebestrijding worden direct aangepakt:
- Faciliteren van het NGO platform om daarmee de NGO’s beter gecoördineerd en effectiever in te kunnen zetten in de armoedebestrijding
- aanpassen onderstandregeling (zie hoofdstuk 3.1)
- verbeteren administratieve organisatie DWI (dit onderdeel is behandeld in hoofdstuk 4)
De overheid kan veel meer gebruik maken van NGO’s. Zaak is om een samenwerking (of zelfs fusie) tussen de diverse organisaties op gang te brengen waarbij de middelen gerichter besteed kunnen worden. Daarnaast is ook de professionalisering van NGO’s van zeer groot belang. SEI stelt middelen beschikbaar voor het bevorderen van deze samenwerking en professionalisering. Met name NGO’s die zich bezig houden met de volgende thema’s dienen gestimuleerd te worden:
- armoedeproblematiek onder de jeugd (mentorprojecten, motivatietraining)
- tienermoederproblematiek (minder tienermoeders, tienermoeders ondersteunen bij opleiding en training);
- naschoolse opvang en begeleiding, oudereneducatie.
- psychosociale problemen in een armoedesituatie;
- vrouwen die slachtoffer zijn van (huiselijk) geweld;
- bewuster en efficiënter met geld leren omgaan, inclusief gezondere dieet;
- armoede onder bejaarden (bijv. gezondheid, minder geïsoleerd bestaan);
- acute armoedeverlichting waar hoge noden zijn, vooral onder kinderen, zoals schoolmaaltijden, schoolgeld, boekengeld, transport, etc;
In hoofdstuk 3.1 is reeds verwezen naar de aanpassingen in de onderstandwetgeving.
Overzicht maatregelen
7.2 Leefklimaat in de wijken
Doelstellingen per 2010
- 75% van de wijken heeft een wijkprogramma dat in werking is
- Alle wijken zijn functioneel aangesloten bij een wijkcentrum
- Afname van illegale bouw met minimaal 25%
- Toename woningaanbod voor starters en minder bedeelden
- 80% van de scholen in aantoonbaar voldoende staat van onderhoud
- 80% van de sportaccommodaties in aantoonbaar voldoende staat van onderhoud
a. Wijkcentra en acute noden in wijken
Analyse
Curaçao kampt al jaren met een achteruitgang in een aantal wijken, hetgeen een negatieve invloed heeft op de arbeidsproductiviteit, de schoolprestaties van de kinderen, de veiligheid in de wijk en het sociale gedrag. Woningen in de achterstandswijken verkeren vaak in zeer slechte staat. Deze woningen beschikken niet over de basisvoorzieningen zoals sanitair, water en elektriciteit, en er zijn geen of te weinig infrastructurele voorzieningen, zoals recreatiefaciliteiten voor de jeugd en buurtcentra. Illegale bouw viert hoogtij in deze omgevingen.
Reda Sosial is reeds begonnen met een integrale wijkaanpak waarbij aandacht wordt geschonken aan zowel de fysieke infrastructuur als het welzijn van de buurtbewoner door het aanbieden van voorlichting, scholing en andere zelfredzaamheid- en inkomensbevorderende programma’s . Dit neemt niet weg dat de overheid de taak op zich moet nemen om te investeren in de wijkverbetering van de achterstandswijken.
Maatregelen
- De wijkcentra zijn fysiek en psychologisch de spil van een integrale wijkaanpak. Veel activiteiten van NGO’s en andere organisaties ontplooien zich in deze centra. Alle burgers dienen te kunnen beschikken over de resources die middels de wijkkantoren beschikbaar worden gesteld. Middels projecten Toegankelijkheid wijkkantoren en Plan Renovatie Sentro Sosial Suffisant wordt deze infrastructuur verbeterd.
- Via de wijkkantoren en andere media, wordt de capaciteit voor zelfredzaamheid van de burgers in een aantal wijken geïntensiveerd. Dit zijn de interventies Voorlichting werk in de wijken, Buurtgerichte coöperaties milieu en toeristische projecten, Awarenessprogramma Jongerenproblematiek, Ondersteuning buurtvaders, en Oudercursussen.
- Het tijdelijk kunnen opvangen van kwetsbare kinderen die vanwege onverwachte omstandigheden acuut uit hun levensomgeving zijn gehaald, voordat hun omstandigheden verder verharden, is het doel van Beschermd wonen adolescente meiden/jongens
- Om gericht in te kunnen grijpen en effectief beleid op te stellen, zijn gegevens nodig. Om deze gegevens te verkrijgen worden de volgende maatregelen in SEI opgenomen: Opstellen van buurtprofielen en een buurtmonitoringsysteem, en een Sociale kaart van Curaçao.
- Deze maatregelen zullen nog aangevuld worden met nader te benoemen interventies, gefinancierd met fondsen uit het 9e Europese Fonds die bestemd zijn voor wijkverbetering.
b. Woningenbeleid
Analyse
Adequate huisvesting van grote invloed is op de sociaal-economische ontwikkeling van de mens. Het verbeteren van de woonomgeving is een gedeelde taak overheid en bewoners.
De belangrijkste knelpunten aangaande het verbeteringsproces van enerzijds de woning en anderzijds de woonomgeving betreffen:
- het gebrek aan integraal beleid over wijkverbetering
- de prioritering van Fundashon Kas Popular (FKP) voor nieuwbouw van middenstandwoningen boven het renoveren van (leegstaande) woningen, voltooiing van onafgebouwde woningen of woningverbetering voor mensen met een laag inkomen
- de rechtstoestand van gronden, waardoor alle opstallen toekomen aan de grondeigenaren, in achterstandwijken vaak een selecte groep particulieren .
Maatregelen
De volgende acties worden ondernomen teneinde een verbetering van het leefklimaat in de achterstandswijken te bewerkstelligen:
- Vaker gebruik maken van de juridische instrumenten ter oplossing van de problematiek aangaande rechtstoestand gronden.
- Strakke aanpak van illegale bouw en illegale occupatie door versterking van inspectie.
- Technische en financiële hulp aanbieden aan mensen met een laag inkomen teneinde hun woningen te kunnen verbeteren (door Fundashon Kas Popular en Fundashon Fiansa Popular).
- Actievere deelname van FKP aan het renovatieproces van leegstaande woningen of door een actievere houding ten aanzien van zelfbouw en de voltooiing van onafgebouwde woningen.
c. Sportaccommodaties
Analyse
Sport als institutie binnen onze samenleving wordt op het moment nog te weinig omarmd als een instrument dat op velerlei vlakken een waardevolle bijdrage kan leveren aan maatschappelijk gewenste ontwikkelingen. Sport is een manier waarmee jongeren bereikt kunnen worden en waarmee gezonde normen en waarden bevorderd worden. Bij het uitoefenen van sport worden direct of indirect team spirit en leiderschapscapaciteiten gekweekt. Dit gebrek aan aandacht uit zich onder meer in gebrekkige faciliteiten en achterstallig onderhoud, terwijl de zelfredzaamheid van de verschillende verenigingen om effectief gebruik te maken van de faciliteiten en die te onderhouden ook nog niet optimaal is.
Maatregelen
- Via de hiervoor verantwoordelijke organisatie SEDREKO zullen in een aantal sportaccommodaties een hoog nodige onderhoudsbeurt ondergaan. In het kader van deze interventies wordt ook het accent gelegd op het duurzaam inbedden van het beheer van deze faciliteiten. Het gaat om: Open sporthal Barber, Sportcomplex Teofilo Cuales, Curaçao Little League Ball Park, Open Sporthal Sta. Rosa en Sentro Deportivo Korsou
- Tevens wordt een initiatief gestimuleerd om jongeren naar de sportfaciliteiten te transporteren
- Tenslotte wordt geld gereserveerd voor het ontplooien van activiteiten om sportleiders op te leiden, zodat jongeren die gebruik maken van de faciliteiten, behoorlijk begeleid wordt en een voorbeeld hebben
d. Onderhoud scholen
Analyse
Het onderwijs op Curaçao wordt verzorgd in zo’n 150 schoolgebouwen, verspreid over het eiland, waarvan het nieuwste gebouw dateert uit de jaren ’80. Voor onderhoud en achterstallig onderhoud aan de gebouwen worden jaarlijks - helaas niet toereikende - gelden op de begroting gereserveerd. Schoolgebouwen spelen een belangrijke functie in het leefklimaat in de betreffende wijken.
Maatregelen
- In het kader van de verbetering van het leefklimaat in de wijken is in overleg met de Stichting Onderhoud Schoolgebouwen (SOS) een keuze gemaakt uit de onderhoudsbehoevende scholen, waarbij zowel het belang van de wijk, als dat van het onderwijsleerproces centraal hebben gestaan.
Overzicht maatregelen
(*) Voor dit project wordt een verzoek voor medefinanciering ingediend bij de AMFO
7.3 Jeugdbeleid
Doelstellingen per 2010
- Drop out percentage gedaald naar 30%
- Daling van jeugdwerkeloosheid met 10 procentpunten
- Daling van jongeren in hulpverleningscircuit met 5%
- Daling van deel jongeren dat na school thuis zit met 15%
- Substantiële toename aan cultuuractiviteiten door jongeren
- Nation building opgenomen in curriculum Cultuureducatie
a. Algemeen
Analyse
Op Curaçao blijkt dat er de voorbije jaren een grote groep van kinderen en jongeren is ontstaan die door allerlei factoren buiten het vormings- en socialisatieproces is geraakt, en tegen zoveel struikelblokken aanloopt, dat zij in sociaal-economisch en sociaal-cultureel opzicht uitkijken op een vrijwel uitzichtloze situatie. Er is dus sprake van een structurele jeugdproblematiek. In bijlage C worden een aantal kenmerken van deze problematiek geschetst.
Maatregelen
Uitgaande van het Verdrag van de rechten van het kind is de doelstelling om de toekomstperspectieven voor kinderen en jongeren te verbeteren door:
- voorwaarden te scheppen zodat kinderen en jongeren opgroeien in een gezonde woon en leefomgeving;
- het kind en de jeugd te beschermen tegen mishandeling en verwaarlozing;
- reductie van de risicofactoren in het gezin, de school, bij het kind zelf en in de wijk;
- voorkomen en opheffen van achterstand in de ontwikkeling waardoor zij optimaal kunnen participeren in de samenleving en de arbeidsmarkt in het bijzonder.
Het opheffen van achterstand in ontwikkeling bij kinderen en jongeren, wordt hiernavolgend uitvoerig besproken. In dit kader worden de beleidsterreinen van het jeugdbeleid toegelicht.
Een aantal algemene interventies zijn gedefinieerd om acute noden aan te pakken:
- Mentoring van risicojongeren 18-26 jaar
- Ondersteuning van opvoeding en ontwikkeling bij ouders èn jongeren
- Voorlichting aan ouders over jeugdgezondheid
- Inrichten van een centrale om (potentiële) pleeggezinnen te werven en te vormen
b. Naschoolse Educatie (NSE) voor kinderen en jongeren
Analyse
Bij bijna 3000 schoolgaande kinderen werken beide ouders. Lang niet alle kinderen hebben toegang tot betaalbare zorg van goede kwaliteit vóór- en ná school; vele kinderen uit deze doelgroep zitten urenlang alleen thuis zonder begeleiding of toezicht van volwassenen. Dit is één van de factoren die bijdraagt tot het hoge aantal drop-outs dat Curaçao kent . Daarnaast is deze lacune bij bepaalde gezinnen een drempel voor herintegratie van de ouder(s) in het arbeidsproces.
Thans nemen 22 scholen deel aan het programma van de Naschoolse Vorming en Educatie van Fundashon Desaroyo i Progreso met een deelname van 1950 kinderen, dit is 48% van de doelgroep . Er zijn nog 27 scholen van het Funderend Onderwijs waarvan 22 in aanmerking komen voor het programma. Door gebrek aan financiële middelen is het niet mogelijk om de Naschoolse Vormingsactiviteiten uit te breiden naar meer scholen.
Maatregelen
In het SEI worden middelen vrijgemaakt voor een beperkte uitbreiding van het aantal kinderen dat van naschoolse opvang kan genieten. Inzet hierop zal strekken tot het volgend doel:
- huiswerkbegeleiding
- maatschappelijk functioneren
- sociale vaardigheden
Daarnaast worden middelen gereserveerd voor mentoring door ouders in de naschoolse activiteiten, en voor naschoolse activiteiten in het speciaal onderwijs.
c. Cultuureducatie en natievorming
Analyse
Cultuur heeft vele gezichten en vormt de identiteit van de samenleving, waar iedereen individueel en als bevolkingsgroep deel van uitmaakt. Al van jongs af aan wordt men onbewust gevormd door zijn culturele omgeving. Belangrijk is dit vormingsproces bewust door te maken; het kweekt begrip voor de eigen leefomgeving én die van anderen. Het onderwijs biedt daarvoor de uitgelezen structuur. Lessen en projecten over kunst, erfgoed en andere culturele uitingen kunnen goed aansluiten bij vakken als lezen en schrijven, geschiedenis en aardrijkskunde. Ze bevorderen bovendien vaardigheden als onderzoekend leren. Net als sport (zie vorige paragraaf) is cultuur een ideaal middel om de jeugd, die anders het risico loopt een verkeerd pad in te slaan, te bereiken.
De status van Curaçao als nieuw land zal naast financieel-juridische en sociale consequenties, ook zeker ingrijpen op onze eigen identiteit. Natievorming en cultuureducatie grijpen op dat vlak in elkaar. Natievorming kan in ieder geval aangewend worden om de gemeenschap bewust te maken van haar identiteit, om eenheid in de samenleving te smeden, cohesie te bevorderen en het verantwoordelijkheidsbesef van iedere burger jegens de gemeenschap te bevorderen.
Maatregelen
Ondersteuning vanuit SEI maakt het mogelijk enkele initiatieven op het gebied van cultuur en natievorming verder uit te bouwen. De scholen zijn integraal betrokken bij deze initiatieven.
- Het verder ontwikkelen van thema’s in Museo Tula, een instituut met belangrijke historische, educatieve en culturele waarde
- Onderzoek naar het samenleven van verschillende etnische groepen in de Curaçaose samenleving
- Inrichten van een kinderdorp in het Parke Kultural Edakutivo (Cultureel Park)
- Het ontwikkelen van lespakketten die een concrete verband leggen tussen het proces van staatkundige vernieuwing/natievorming en cultuur. Dit wordt opgenomen in het reguliere traject van curriculum ontwikkeling, en hiervoor wordt geen financiering aangevraagd.
Overzicht maatregelen
7.4 Migrantenbeleid en integratie
Doelstellingen per 2009
- Integratienota is opgesteld
- Activiteitenplan is in werking gesteld
Analyse
De aanwezigheid van (illegale) vreemdelingen aanwezig zijn in onze gemeenschap is een gegeven. Internationale verdragen dwingen een aantal aandachtspunten af, die zich voornamelijk richten op de sectoren onderwijs, gezondheidszorg, economie en rechtshandhaving.
Vreemdelingen in het onderwijs betekent extra zorg op de volgende gebieden:
- Taalonderwijs voor anderstaligen;
- Sociale vaardigheden en
- Concentratie van vreemdelingen op scholen.
- Aansluiting op de arbeidsmarkt na voltooiing van school
Ook in de gezondheidszorg zijn internationale verdragen van toepassing, waardoor iedereen recht heeft op medische zorg. Dientengevolge zijn de volgende zaken relevant:
- Toegang van (illegale) vreemdelingen tot de (messtal gesubsidieerde) gezondheidszorg;
- Grotere vraag naar zorg, inclusief voorlichting en preventie
- Entree van ziekten via toerisme en migranten
- Andere standaarden voor hygiëne waar mensen van andere culturen werken (bijv. restaurants)
Op economisch en juridisch vlak (rechtshandhaving) worden o.m. de volgende problemen ondervonden :
- Beslag op banen terwijl lokale krachten, vooral jeugd, kampen met werkloosheid
- Druk op salarissen die een minimaal bestaan mogelijk maken
- Inefficiëntie en gebrek aan deskundigheid in de procedures rondom toelating van vreemdelingen
- Tekort aan capaciteit om toezichtstaken, uitzettingen en grensbewakingen effectief te realiseren.
Maatregelen
- Het Bestuurscollege zal in 2008 een integratiebeleid ontwikkelen met specifieke integratiebevorderende maatregelen ter bevordering van de inpassing en acceptatie van vreemdelingen in de Curaçaose samenleving.
- De behandeling van de vergunningsaanvraag wordt in de situatie van Pais Kòrsou (geen dubbele bestuurslaag meer) in één centrale organisatie georganiseerd.
Voor het realiseren van deelaspecten van het integratiebeleid, worden vooruitlopend op de totstandkoming van dit beleid, SEI middelen gereserveerd.
Overzicht maatregelen
7.5 Gezondheidzorg
Doelstellingen per 2010
- AZV ingevoerd
- Nieuwbouwplannen voor SEHOS opgesteld en in werking
- Systeem van electronisch cliëntendossier in werking
- Geen verdere stijging van zorgkosten als percentage van BBP vergeleken met 2007
- Nationaal Preventieplan in werking gesteld
Analyse
De stijgende kosten van de volksgezondheid in Curaçao (zie bijlage D ter toelichting) , vereisen nieuwe maatregelen om te komen tot een beheersbaar systeem van inkoop van medische zorg. Deze noodzaak wordt alleen maar groter vanwege de vergrijzende bevolking en de steeds smaller wordende basis van de beroepsbevolking die de kosten kan dragen, alsmede het openeind karakter van diverse verzekerde groepen met weinig prikkels voor bezuiniging. De kosten van de gezondheidszorg zijn, gelet op de precaire financiële situatie, hoog; op Curaçao ca. 12% van BBP.
Een belangrijk deel van de kosten worden gegenereerd door het hoofdhospitaal en de specialistische zorg (tweede lijn). Diverse studies hebben uitgewijd over het feit de specialisten momenteel niet hecht verbonden zijn met het ziekenhuis, maar vaak een eigen praktijk houden naast de handelingen in het ziekenhuis. Het Eilandgebied heeft als beleid dat zij, samen met de noodzakelijke fysieke vernieuwing van het ziekenhuis, nastreeft dat specialisten zullen functioneren in een Medisch-Specialistisch Geïntegreerd Bedrijf. Het doel is niet alleen efficiëntie, maar ook om de kwaliteit van de geboden zorg te verbeteren. Een ander facet is dat op Curaçao het aanbod van zorg onvoldoende gereguleerd is, wat bijvoorbeeld geleid heeft tot een overschot aan –niet altijd gediplomeerde– huisartsen (2x zoveel per inwoner als Nederland), meerdere aanbieders van (dure) MRI diensten etc. Zorg aan min- en onvermogende is volledig gesubsidieerd, zonder duidelijke remmen op de afname. Een andere complicatie is het tarievenstelsel dat wordt gehanteerd door de twee grootste afnemers van zorg (de BZV en SVB) complex is en niet op elkaar afgestemd.
Een aantal beheersmaatregelen, deels ontleend aan het eilandelijke “Programma voor herstructurering Gezondheidszorg 2007 – 2010”, die in de periode 2008 – 2010 om uitvoering vragen zijn :
1. Invoering voor iedere burger van een basispakket zorg met afgebakende zorgaanspraken en standaardisatie van tarieven, als aanloop naar een volledige algemene ziektekosten-verzekering (AZV). Een hieraan voorafgaand organisatorische integratie van SVB en BZV is momenteel in discussie.
2. Realisatie van een beheersplan voor de bundeling en standaardisatie van de inkoop (door SVB en BZV afzonderlijk en later gezamenlijk) van huisartsenzorg en medisch- specialistische zorg op basis van geharmoniseerde beginsels en tarieven.
3. Prijsverlagende maatregelen voor medicijnen, waaronder:
- een vergoeding per receptregel
- stimuleren generieke medicijnen (verwachte besparing ANG 10.000.000 per jaar)
- het niet vergoeden van bepaalde middelen, zoals anti-griepines
4. Nieuwe wettelijke regelingen ter regulering van het zorgaanbod van beroepskrachten en kapitaalgoederen, zowel ter matiging van de instroom als het garanderen van kwaliteit (bijvoorbeeld verplicht huisartsendiploma)
5. Communicatie, preventief beleid en transparantie van informatie, die zullen leiden tot
bewustwording, een kritische afname van zorg, en ombuiging van bepaalde (vaak in de cultuur gewortelde) gedragspatronen van de patiënt die leiden tot onnodige afname van zorg.
De Raad voor de Volksgezondheid zal zich in 2008 e.v. gaan bezighouden met adviezen, zoals:
- Structuurnota gezondheidszorg (een raamwerk m.b.t. de wenselijke inrichting van de curatieve gezondheidszorg);
- Preventiebeleid inclusief structuurnota preventiezorg;
- Geneesmiddelenvoorzieningsystematiek (waaronder de afschaffing van OB en invoerrechten op medicijnen, het vergoedingssysteem, enz.);
- Herstructurering ziekenhuiszorg;
- AZV en vaststellen basispakket
Er zijn momenteel op Curaçao te weinig normen waaraan ouderenzorg getoetst kan worden. Dit leidt tot situaties in een aantal instellingen voor ouderenopvang die ongewenst zijn: onvoldoende gekwalificeerde staf, inadequate fysieke voorzieningen.
Maatregelen
Preventiebeleid draagt direct bij tot een van de SEI doelstellingen, namelijk armoedebestrijding. Bij het gezondheidsonderzoek (1996) is komen vast te staan dat er op Curaçao een duidelijke relatie bestaat tussen lage sociaal economische klasse en slechtere gezondheidstoestand, dan wel het voorkomen van hogere gezondheidsrisico’s. Deze inzet is erop gericht om de sociale en psychologische factoren om te buigen die van invloed zijn op het vermogen van vooral de armere bevolkingsgroepen om gezondheidsbevorderende en ziektevermijdende gedragingen te assimileren inclusief het adequaat gebruik maken van het zorgaanbod en het volgen van preventie adviezen en voorgeschreven behandelingen.
Verder zijn in SEI verschillende projecten opgenomen om de beschikbaarheid van gegevens over de volksgezondheid te verbeteren en daarmee meer toegespitst beleid te kunnen toepassen.
- Het oprichten van een Institute for Antillean Health Research
- Onderzoek psychosociale gesteldheid van de bevolking; in samenhang hiermee worden ook doorstroombanen gecreëerd voor mensen met een psychische beperking (psychosociale rehabilitatie)
- Niet alleen voor onderzoek maar met name ook voor de verbeterde uitwisseling van patiëntengegevens onder verschillende zorgaanbieders wordt de introductie voorbereid van een gestandaardiseerd elektronisch cliëntendossier
- Er wordt ANG 2.000.000 gereserveerd voor aanvullende maatregelen in het kader van ouderenbeleid. Deze zullen als doelstelling hebben het opstellen van normen voor ouderenverzorging en het ondersteunen van instellingen in het bereiken van deze normen per 2009.
Overzicht maatregelen
8 Uitvoeringsorgaan
Voor de uitvoering van het SEI zal een protocol worden ondertekend tussen het Eilandgebied Curaçao en Nederland. In het protocol komt onder meer aan de orde:
- De middelen en bekostiging van SEI
- De thema’s van maatregelen en impulsen in het SEI
- Mogelijkheden om middelen te heralloceren
- Rapportage
Dit SEI document zal onderdeel van het protocol zijn.
Het Eilandgebied heeft momenteel de oprichting van een coördinerend programmabureau in voorbereiding. Dit programmabureau zal het centrale coördinatiepunt worden van alle ontwikkelingsprogramma’s, en het Bestuurscollege adviseren over aangelegenheden die ontwikkelingssamenwerking betreffen. Voorbereiding en uitvoering van programma’s vindt plaats door de functionele bureaus/diensten waarbij het coördinerend programmabureau een integrale aanpak waarborgt.
Voor het SEI programma zelf wordt een apart programmabureau ingesteld, dat belast wordt met het managen van het programma. Dit SEI bureau:
- Bewaakt uitvoering van SEI en neemt correctieve actie indien nodig
- Coördineert samenhang van SEI met beleid van het Eilandgebied Curaçao
- Initieert en/of adviseert over bijsturing van SEI in het kader van jaarlijks politiek en ambtelijk overleg
- Rapporteert over voortgang projecten en behalen van programmadoelstellingen aan stakeholders
Het SEI programmabureau voert zelf geen projecten uit, maar coördineert deze met de diverse projecteigenaren zoals deze in dit dossier genoemd zijn. Het bureau rapporteert aan de reeds bestaande SEI Stuurgroep van 3 gedeputeerden. Het is tevens wenselijk om de betrokkenheid van de groeperingen die aan de voorbereiding van het SEI hebben bijgedragen (verschillende overheidssectoren, werkgevers, werknemers en de NGO sector) voort te zetten. Dit kan bewerkstelligd worden door de oprichting van een Adviesraad voor Ontwikkelingssamenwerking, met een brede maatschappelijke vertegenwoordiging.
Het Eilandgebied Curaçao neemt de bekostiging van het overkoepelend programmabureau en het SEI bureau voor haar rekening.
Zolang het programmabureau nog niet is geactiveerd, zullen de SEI organen zoals ingesteld door het Bestuurscollege, met aanpassing van de taakstelling, de taken en verantwoordelijkheden ten aanzien van de uitvoering van het SEI kunnen verrichten. Hiermee wordt voorkomen dat uitvoering van het SEI vertraagd wordt.
Bijlage A: Macro-economische en budgettaire effecten van SEI
De baseline van Curaçao voor invoering van het “SEI scenario plus 2008-2012”
Inleiding
Dit hoofdstuk geeft een indicatie van de mogelijke economische effecten van het Sociaal Economisch Initiatief (SEI), afhankelijk van o.a. de vordering die geboekt wordt met het implementatietraject. Dit impliceert dat zowel het door Nederland toegezegde bedrag alsook de beoogde beleidsdoelstellingen per beleidsveld zijn verwerkt in de doorgerekende scenario’s. Het is van belang om aan te geven dat in beide scenario’s de effecten van particuliere investeringen, die ten dele onafhankelijk zijn van het Sociaal Economisch Initiatief, ook opgenomen zijn. Alvorens over te stappen op de effecten van de SEI plus scenario’s zal aandacht besteed worden aan het baseline scenario. Aan dit scenario kan geen voorspellingskracht worden ontleend, daar dit een technisch referentiepad betreft die een trend weergeeft uitgaande van een matige groei van toerisme van de afgelopen 10 jaar. Daarnaast is amper rekening gehouden met het huidig beleid en/of beleidvoornemens. Het baseline scenario geeft een indicatie van de te verwachten economische ontwikkeling gebaseerd op de historische trend en de voorlopige meerjarige projectie van de eilandbegroting. Vermeldenswaardig is om aan te geven dat in de meerjarige projectie van afdeling financiën van het Eilandgebied Curaçao, de geplande bezuinigingen opgenomen zijn en tevens in het model verwerkt (baseline scenario). Echter is het bezuinigingsgedeelte dat onder Land Nederlandse Antillen ressorteert niet opgenomen, vanwege het op dat moment ontbreken van cijfers. Bij de projecties is wel rekening gehouden met besparingen vanwege de schuldovername door Nederland.
Door de resultaten van de andere twee scenario’s te vergelijken met de uitkomst van de baseline kunnen de macro-economische effecten van de extra investeringen en de uitvoering van het SEI beleidspakket over de periode 2008-2012 in beeld worden gebracht. Er is ervoor gekozen om bij mutaties van prijzen en volumina de veranderingen aan te geven ten opzichte van het voorgaande jaar. Dit geeft een betere indicatie van de jaarlijkse effecten van de beleidsacties alsook van de effecten van de gepleegde investeringen in het desbetreffende jaar .
In de baseline zijn de AOV- en minimumloon verhogingen verdisconteerd, evenals de investeringen die gedaan zijn in de lopende hotelprojecten en de lopende MEP projecten. Van de MEP komen over 2008 en latere jaren de middelen niet meer voor in het model.
Alhoewel het SEI 3 jaren (2008-2010) bestrijkt, is modelmatig de verwachte periode voor de uitvoering van het SEI plus pakket van maatregelen gesteld op 2008-2012. Daarbij is voorlopig uitgegaan van de veronderstelling dat de implementatie van deze maatregelen uiterlijk medio 2008 zal beginnen. Zou dat op een latere tijdshorizon geschieden dan verschuiven het pakket en de uitkomsten naar de toekomst.
De economische indicatoren waarmee de effecten van het SEI plus pakket worden weergegeven zijn: de consumptieprijs mutatie, prijsconcurrentie, de export en hiermee de groei in het aantal verblijfstoeristen en cruise toeristen, het investeringsniveau, het BBP, het aantal gecreëerde nieuwe arbeidsplaatsen, het begrotingstekort, de ontwikkeling van het werkloosheidscijfer, en de aantallen onder “de armoede grens”
Korte schets baseline indicatoren 2007
De maandcijfers wijzen uit dat twee snelgroeiende markten zorgden voor een groei van 20% in de maand oktober 2007.
Voorzichtigheidshalve is verondersteld dat de extra toestroom van Venezolaanse toeristen in de laatste 2 maanden van 2007 weer verdwijnt. Dit impliceert een groei van 9% in het aantal verblijfstoeristen in 2007 ten opzichte van 2006. Verder wordt de groei van het cruise toerisme in 2007 gelijkgesteld aan 4 %. De investeringen vertonen een gemiddelde groei van 4% op jaarbasis, met name veroorzaakt door de vele renovaties in de binnenstad, nieuwe kantoorpanden, investeringen in hotelkamers, particuliere- en volkswoningbouw.
De eerste raming van het BBP vertoont in 2007 voor het eerst na jaren een duidelijke groei van meer dan 2,5% als gevolg van het toenemende vertrouwen van ondernemers , zoals blijkt uit de investeringen.
Een structureel probleem zijn de begrotingstekorten, die de overheid belemmeren om op de kapitaaldienst middelen te reserveren voor uitgaven als noodzakelijk onderhoud aan scholen, wijkvoorzieningen, sportfaciliteiten in die buurten die in een achterstandspositie verkeren. De werkloosheidcijfers vertonen een stabiele trend , als gevolg van de economische groei in 2006 en de verbeterde vraag naar arbeid.
Baseline scenario 2008-2012
De export wordt verondersteld marginaal te groeien. Het aantal overnachtingen van verblijfstoerisme wordt verondersteld te dalen in 2008 met 5% en zal in 2009 en volgende jaren groeien met 1% (Tabel 1). De veronderstelling in het baseline scenario is verder dat het cruise toerisme zal groeien met 1% per jaar in de periode 2008-2012. Het investeringsniveau zal geleidelijk iets afnemen. Naar verwachting zal de prijsinflatie schommelen rond de 2%. Als gevolg van de daling in investeringen en de matige groei van de export, zal de reële BBP groei tussen de 0% en 1% schommelen in de voornoemde periode.
Door de matige economische groei zal het aantal arbeidsplaatsen op hetzelfde niveau blijven. De immigratie uit de regio zal hierdoor afnemen. Een gevolg hiervan is ook dat de werkloosheid toe zal nemen en de emigratie naar Nederland weer aan zal trekken .
Het aantal armen onder de baseline bestaat uit circa 55.000 personen oplopend tot 56.000 in 2012. In het basis scenario blijft het financieringstekort hoog. Er is daarbij nog niet volledig rekening gehouden met de bezuinigingen die zouden moeten plaatsvinden om het financieringstekort tot het niveau van “zero budget deficit” terug te brengen vanaf 2008 en de opeenvolgende jaren.
Tabel 1: Overzicht van het baseline scenario
Doorrekening Scenario’s SEI plus pakket
In deze paragraaf zal aandacht besteed worden aan twee scenario’s die in het kader van het programma Sociaal Economisch Initiatief (SEI) zijn doorberekend. Het gaat om een “behoedzaam scenario” en een “target scenario”. Met het doorberekenen van deze twee scenario’s wordt niet gepretendeerd dat er nauwkeurig aan te geven is wat de economische effecten van de SEI beleidsvoornemens zijn. Wel is het de bedoeling om een domein (reikwijdte) aan te geven waarbinnen de te verwachten economische effecten van SEI plus zullen resulteren.
Alvorens over te stappen op de te verwachten economische effecten van de SEI beleidsvoornemens worden in het hiernavolgende de uitgangspunten die gehanteerd werden bij het uitvoeren van de berekeningen belicht. Het is van eminent belang om deze uitgangpunten goed in gedachten te houden daar de economische effecten geïnterpreteerd dienen te worden tegen deze achtergrond. De uitgangspunten zijn voor beide scenario’s hetzelfde mits anders vermeld wordt.
Deze uitgangspunten zijn:
- In het kader van SEI zal in totaal een bedrag van ongeveer ANG 120 miljoen uitgegeven/geïnvesteerd worden, dat afkomstig is van Nederlandse ontwikkelingssamenwerkingsgelden;
- Van deze gelden zal in het eerste jaar een hoog bedrag ter beschikking worden gesteld, daarna wordt dit bedrag afgebouwd tot nul in het jaar 2012. Het uitgangspunt is dat na de periode 2008 - 2012 deze Nederlandse ontwikkelingsgelden zullen verdwijnen;
- In de periode 2008- 2010 zullen in totaal 600 nieuwe hotelkamers bijgebouwd worden in het behoedzaam scenario. In het target scenario zullen 40% meer kamers gebouwd worden. Aangenomen wordt dat het aantal gebouwde kamers gelijk verdeeld wordt over de periode die geanalyseerd wordt. Het moge duidelijk zijn dat in werkelijkheid het bouwpatroon van hotelkamers anders kan zijn en dat de bezettingsgraden per hotel zullen variëren. Dit accentueert het feit dat de scenario’s een beeld schets van de te verwachten ontwikkelingen en kan nooit geïnterpreteerd worden als zijnde de toekomstige economische groei;
- De arbeidsproductiviteit zal jaarlijks nauwelijks (behoedzaam scenario) tot maximaal met 0,5% (target scenario) per jaar extra groeien door de economische hervormingen en scholingactiviteiten binnen het overheidsapparaat. Het moge ook duidelijk zijn dat het exacte effect van de economische hervorming moeilijk is in te schatten. Gemakshalve en uitgaande van een conservatieve aanpak werd een half procent van het jaarlijkse productiviteitscijfer van CBS gehanteerd. De hervormingsmaatregelen die opgenomen zijn in het document en die een verhoging van de productiviteit bewerkstelligen zijn o.a. het bijscholen van ambtenaren en de vermindering van de redtape binnen het overheidsapparaat;
- Het aantal toeristische overnachtingen zal toenemen als gevolg van de toenemende hotelkamers, in totaal 5% extra in behoedzaam en 7% extra in target scenario t.o.v. baseline scenario. De voornoemde cijfers zijn afkomstig van de geprojecteerde groei uit het masterplan voor de toeristische sector, bijgesteld aan de hand van gesprekken met het toeristenbureau en andere stakeholders;
- De niet-toeristische export zal in beide scenario’s toenemen met om en nabij 2% ten opzichte van het baseline scenario. Dit percentage vloeit voort uit de groeicijfers van het afgelopen jaar en uit gesprekken die gevoerd zijn met de stakeholders uit de logistieke sector.
- Het aantal werkenden onder de overheidsdienaren zal vanwege het samensmelten van de twee bestuurslagen met 1% per jaar dalen oplopend tot 3% in 2010, aangezien de afname van het ambtenarenbestand via het natuurlijk afvloeiingsproces zal geschieden;
- Nederland zal de schulden van Curaçao overnemen tot de rentelastnorm.
- Het aantal bemiddelbaren onder de werkzoekenden zal in beide scenario’s geleidelijk toenemen in het jaar 2009 en ook daarna, door her- en bijscholing en aanscherping van het gebruik van sociale voorzieningen. Het aantal bemiddelbaren dat gedurende de periode van SEI ingezet zal worden in het arbeidsproces is o.a. afhankelijk van de aanpak en de motivatie van de bemiddelbaren. Echter is na beraad met de desbetreffende overheidsdienst gekozen voor 3%, die tijdens de bijeenkomst met de Nederlandse ambtenaren bijgesteld werd tot 1% oplopend tot 3% in latere jaren;
- De investeringen van de lokale overheid zullen buiten de SEI impulsen pas in 2009 en de daarna volgende jaren geschieden. Dit door de bezuinigingsronde die in 2008 nog gerealiseerd dient te worden. Aangenomen wordt dat de overheidsinvesteringen in beide scenario’s geleidelijk zullen toenemen tot een maximum van Naf 40 miljoen op jaarbasis in 2010;
- De participatiegraad in beide scenario’s wordt verondersteld te stijgen met 0,5% in 2009 oplopend tot 1% per jaar in de opvolgende jaren. De voornaamste veronderstelling die hieraan ten grondslag ligt is dat het immigrantenbeleid aangescherpt zal worden en dat de faciliteiten (bijv. kinderopvang) om met name jeugdige inactieven in het arbeidsproces te integreren aangeboden zullen worden. De toename in de participatiegraad van 0,5% is arbitrair gekozen na gesprekken met de desbetreffende overheidsinstanties. Echter wordt beseft dat het moeilijk is om vooraf aan te geven wat de werkelijke effecten zullen zijn van dit beleidsvoornemen op de participatiegraad. In dat kader is voorzichtigheidshalve gekozen voor een laag percentage oplopend tot een iets hoger percentage in opvolgende jaren;
- De immigranten uit de regio zullen door het immigrantenbeleid beperkt worden tot hetgeen minimaal noodzakelijk is voor de komende jaren. Het immigrantenbeleid dat ervoor dient te zorgen dat de immigranten beperkt blijven dient nog opgesteld te worden. Desondanks werd in de scenario’s, uitgaande van bestaande instrumenten zoals de werkvergunning, aangenomen dat de migranteninstroom tot een half procent op jaarbasis beperkt kan worden. Dit percentage is eveneens arbitrair gekozen en dient bij de uitvoering gemonitoord en aangepast te worden aan de hand van voortschrijdend inzicht.
Aan de hand van de bovenbeschreven uitgangspunten wordt in het hiernavolgende de effecten van de scenario’s toegelicht. Per scenario zal ter verduidelijking aandacht besteed worden aan specifieke punten, die voor dat scenario van belang zijn.
Scenario I - Behoedzaam scenario
In het behoedzaam scenario wordt aangenomen dat in de komende 3 jaren een bedrag van Naf 108 miljoen geïnvesteerd zal worden in de toeristische sector. Het betreft met name investeringen in de hotelsector. Uit de publicaties van het toeristenbureau blijkt de verwachting dat in de komende drie jaren meer dan 3000 nieuwe kamers gebouwd zullen worden en in ontwikkeling zullen worden genomen. Voorzichtigheidshalve wordt er echter in dit scenario vanuit gegaan dat in de komende 3 jaren slechts 600 additionele kamers bijgebouwd zullen worden en operationeel zullen zijn. Het aantal overnachtingen wordt verondersteld te stijgen met 5% (in afwijking van het baseline scenario). In 2008 zal gestreefd worden om Naf 60 miljoen van de Naf. 120 miljioen SEI ontwikkelinggelden te besteden aan SEI projecten. De reden om het merendeel van deze middelen in het eerste jaar te besteden is met name om de effecten van maatregelen ter dekking van om het begrotingstekort 2008 te mitigeren. In de volgende jaren zal het te besteden bedrag vanuit de Nederlandse ontwikkelingsmiddelen verder afgebouwd worden totdat in het jaar 2012 deze financieringsbron verdwijnt. De investeringen van het Eilandgebied Curaçao zullen pas in 2009 voor het eerst gepleegd worden en daarna toenemen tot het niveau van Naf 40 miljoen per jaar vanaf 2010. Daarna zullen deze investeringen op het voornoemde niveau gehandhaafd worden tot in het jaar 2012. De arbeidsproductiviteit zal geleidelijk toenemen naarmate de economische hervormingen geïmplementeerd worden. Verondersteld wordt dat de arbeidsproductiviteit per jaar met een half procent zal toenemen. Vermeldenswaard is om aan te geven dat het financieringstekort en de investeringen van de overheid in de onderstaande tabel (2) niet als procentuele afwijking van de baseline zijn genomen maar in absolute termen zijn weegegeven.
Uitgaande van de bovenstaande toelichting in combinatie met de uitgangspunten zijn de onderstaande economische effecten waar te nemen. Zowel de prijzen als volumina mutaties in de onderstaande tabel zijn opgenomen als zijnde mutatie ten opzichte van het voorafgaande jaar en niet als afwijking van het baseline scenario. Dit geeft een beter overzicht op de economische groei op jaarbasis; met andere woorden, dit maakt de jaar op jaar economische ontwikkeling beter zichtbaar (of inzichtelijker). De grootheden, het aantal, de waarden en inkomenstrekkers, die opgenomen zijn in tabel 2 geven het niveau van de desbetreffende grootheid aan.
Tabel 2: overzicht economisch effect behoedzaam scenario
Uit de analyse van de resultaten blijkt dat de toenemende investeringen gepaard gaande met toenemende toeristische nachten, zullen leiden tot een toename van de productie van bedrijven. De export zal met name door toenemende toeristen groeien met meer dan 3% ten opzichte van het baseline scenario. Dit zal de voornaamste drijfkracht zijn achter de economische groei (productie bedrijven) van meer dan 3%. De invoer zal door de toenemende investeringen een stijgende trend vertonen. De werkgelegenheid in bedrijven zal toenemen met om en nabij 1700, terwijl het aantal werklozen zal dalen. Desondanks zal de begroting van het Eilandgebied Curaçao , met inbegrip van het toerekenbaar deel van het Land Nederlandse Antillen, een tekort vertonen in 2008 van meer dan Naf 120 miljoen. In de daarop volgende jaren zullen de tekorten in dit scenario geleidelijk dalen en zelfs overgaan naar een overschot in 2011. Het tekort 2008 zal door de nog op te stellen suppletoire begroting 2008 weggewerkt moeten worden, met de kanttekening dat conform het slotakkoord kapitaaldienst tekorten mogen bestaan mits ze financierbaar zijn en aan de rentelastnorm van 5% voldoen.
De werkgelegenheid binnen het ambtelijk apparaat zal door de economische groei en door her- en bijscholing van de ambtenaren grotendeels behouden worden. Vermeldenswaard is om aan te geven dat de beperkte afname van het ambtenarenbestand zoveel mogelijk via het natuurlijk afvloeiingproces, VUT/wachtgeld regeling en vrijwillig ontslag zal geschieden. Eveneens zal door de economische groei het aantal mensen onder de armoedegrens dalen tot een niveau van 54% in 2012.
Scenario II - Target scenario
In dit scenario zullen meer hotelkamers gebouwd worden in de beschouwde periode waardoor de investeringen per jaar op het niveau van ANG 153 miljoen komen te liggen. De toename in hotelkamers t.o.v. het behoedzaam scenario met 40% zal ook leiden tot toename van het aantal toeristennachten met eveneens 40%. De toenemende investeringen in combinatie met de stijgende export zullen leiden tot toename in productie van bedrijven (tabel 3). De stijgende arbeidsproductiviteit gekoppeld met een toenemende export zal een economische groei teweeg brengen van 5,7 % in 2008 gevolgd door een gemiddelde groei van 2,5% over de periode van 2009 tot 2012. De werkgelegenheid zal ten opzichte van de baseline scenario in het eerste jaar toenemen met meer dan 2000 arbeidsplaatsen en in de opvolgende jaren een stijgende trend vertonen tot 4700 extra arbeidplaatsen gegenereerd in het jaar 2012 ten opzichte van 2007.
Het aantal werklozen zal dalen door enerzijds de economische groei, en het beleid ten aanzien van de bemiddelbaarheid van werklozen. Anderzijds zal het gevoerde beleid jegens immigranten een bijdrage leveren aan de dalende werkloosheid op het eiland.
In 2008 zal de begroting van de totale overheid op Curaçao (het Eilandgebied Curaçao plus deel Land) niettemin nog een tekort vertonen van om en nabij ANG 104 miljoen. Dit tekort zal in de opvolgende jaren weggewerkt worden. Het aantal mensen onder de armoedegrens zal in de komende jaren flink dalen dankzij het gevoerde beleid en de economische groei die hiermee gepaard gaat.
Uit beide scenario’s blijkt dat er in het eerste jaar additionele begrotingsmaatregelen nodig zijn om het tekort terug te brengen tot nul (begrotingsevenwicht). Daarnaast zal het Sociaal Economisch Initiatief samen met de verwachte investeringen een economische groei teweeg brengen die in ieder geval minimaal rond de 3% reële groei op jaarbasis ligt.
Tabel 3: Overzicht economische effect target scenario
Bijlage B: Overzicht voorstellen fiscale maatregelen
Hieronder volgt een tabel met in hoofdlijnen de aanbevelingen op fiscaal en organisatorisch gebied uit het PRA rapport en de onderzoeken van de Commissie voorgezeten door Maarten Ellis en van de Kamer van Koophandel. De PRA Recommendations (eerste kolom) vloeien voort uit het momenteel lopende Tra Reform Assessment project.
NBC Pre-Assessment Tax Reform (PRA) – Preliminary Recommendations
(June 2007) Principal Recommendations Netherlands Antilles Fiscal Commission (Maarten Ellis)
(June 2007) Kamer van Koophandel en Nijverheid Curaçao – Ombuiging Fiscaal Regime meer dan noodzaak
(December 2001)
Re-examination of the mix of direct and indirect taxes in the current system
Broadening of individual and corporate tax bases and reduction in tax rates
Simplification in the system wherever possible, through:
- eliminating many deductions and special provisions
- consolidating revenue sources
- elimination of the use of discretion in the tax law
- tax forms and administrative improvements Simplify system, broaden base, lower rates:
- Review balance direct/indirect taxation
- Reduce special regimes and exemptions
- Corporate tax rate not more than 15%
Install “Advance Ruling Authority”
Review dividend tax and interest withholding tax
Conclude negotiations on BRK a.s.a.p.
Step up treaty negotiations Vereenvoudiging van het stelsel met een significant lager inkomsten- en winstbelastingtarief door het afschaffen van aftrekposten, faciliteiten en uitzonderingen
Vereenvoudiging in de inkomsten, loon en winstbelasting door geen aftrek van:
- Beroepskosten werknemers
- Spaar en voorzieningsfonds
- Investeringsaftrek
- Hypotheekrente
- Onderhoud eigen woning
- Premies AOV/AWW en door:
- Rente vrijstelling
A general re-organization of the tax administration into a single integrated entity.
The organization structure to be a “blended functional organization model”
Improve tax payer services and enhance compliance programs Improve collections, audit tax assessments, filing appeals Afschaffing van de volgende belastingverordeningen:
- Tax Holiday wetgeving
- Grondbelasting
- Gebruiksbelasting
- Belasting op verkopingen
Streamlining and developing support functions (HR, Legal, PR)
Well defined IT support organization Educate and train staff required to implement new laws Verlaging tarieven:
- Inkomstenbelasting toptarief: 30%
- Inkomsten uit vermogen (rente, huur): 15%
- Winstbelasting: 15%
- Invoerrechten (0% en 10%) max: 15%
Verhoging tarieven:
- Omzetbelasting: van 5% naar 7%
- Overdrachtsbelasting: van 4% naar 6%
Aanbevelingen t.a.v.:
- Omzetbelasting (voorkoming cumulatie)
- Overdrachtsbelasting (fuscale flexibiliteit binnen concern verband)
- Successiebelasting (gewijzigde inzichten in samenlevingsvormen)
- Wegenbelasting (afschaffen wegenbelasting en verhogen benzine en diesel accijns)
Bijlage C: Enkele kenmerken van de structurele jeugdproblematiek
- veelvuldige zittenblijvers (14 % gemiddeld per jaar, 13% van de basisschool, 15 % van het Voortgezet Onderwijs, 22% - 44% tussen 13 en 14 jaar zitten nog op de basisschool, van de schoolverlaters heeft 42.2% geen diploma);
- kinderopvang is weliswaar aanwezig, maar vaak nog van een te laag niveau en niet gericht op de doelstelling om met name moeders optimaal te laten participeren op de arbeidsmarkt;
- een ongezond voedingspatroon (veel calorieën en weinig of geen vitaminen en mineralen);
- onvoldoende opvoeding en persoonlijkheidsvorming in de thuisbasis vanwege onvoldoende bekwaamheid en/of afwezigheid van de ouders. Het gevolg hiervan is dat een groot deel van de kinderen op vijfjarige leeftijd nog niet schoolrijp is, achterstanden vertoont en de morele vorming op latere leeftijd onvoldoende is om sociaal maatschappelijk actief te kunnen zijn;
- voortijdige schoolverlaters in de leeftijdscategorie 15–24 jaar (het gaat hier om 1737 werkzoekenden, waarvan 1530 inactief) ;
- jeugdwerkloosheid in de categorie 15–24 jaar: 44 % in 2005;
- veel slachtoffers van verwaarlozing en mishandeling tussen de 8–24 jaar (11 % hiervan verkeert in het hulpverleningscircuit);
- plegen van delicten (200–225 jeugdige delinquenten). Naast het niet beschikken over een diploma ontbeert een deel van de jeugd de sociale en technische vaardigheden om een baan te kunnen krijgen of behouden. Een deel wordt op jonge leeftijd vader of moeder of gaat zich bewegen in het drugscircuit, hetzij als gebruiker, hetzij als koerier of als dealer. Een deel wordt een makkelijke prooi voor het overige criminele circuit;
- jonge moeders die onvoldoende voorbereid de samenleving binnen komen (beneden de 16 jaar heeft 9% van de vrouwen één of meerdere kinderen).
- De afgelopen jaren werd het drop-out percentage van jongeren van 14-20 jaar op Curaçao geschat op ongeveer 40-45%. Opvallend daarbij is de oververtegenwoordiging van jongens. Jongens maken ongeveer 2/3 deel uit van deze groep. Bij de meisjes is in de meeste gevallen tienerzwangerschap de oorzaak van het voortijdig schoolverlaten. Dit percentage is het hoogst in het onderwijstype VSBO .
Bijlage D: Kosten gezondheidzorg verzekerd via SVB en BZV
Verzekeraar SVB Zorgaanbieder 2003
(x1000) 2004
(x1000) 2005
(x1000) Verschil
2003-2005
Huisartsen 9.118 8.665 8.364 -8,3%
Apotheek/geneesm. 22.681 25.829 23.370 +3,0%
Specialisten 9.782 9.664 10.183 +4,1%
Laboratorium 5.044 4.744 5.341 +5,9%
Ziekenhuis/kliniek 29.110 30.492 31.314 +7,8%
Totale zorgkosten 82.628 87.714 88.075 +6,6%
Kosten van Gezondheidszorg Curaçao (via SVB) over de periode 2003 – 2005
Bron: SVB, Jaarverslag 2005
Verzek. BZV Soort verzekerde Zorgaanbieder 2003
(x1000) 2004
(x1000) 2005
(x1000) Verschil
2003-2005
PP Huisartsen 4.029 4.430 4.642
Eil. dien. 1.308 1.252 1.364
totaal 5.337 5.682 6.006 +12%
PP Apotheek/geneesm. 30.733 35.133 37.426
Eil. dien. 3.952 3.949 4.234
totaal 34.685 39.082 41.234 +20,1%
PP Specialisten 10.591 11.069 10.455
Eil. dien. 2.346 2.400 2.812
totaal 12.937 13.469 13.267 +2,6%
PP Laboratorium 3.695 6.404 6.535
Eil. dien. 528 1.089 1.098
totaal 4.223 7.493 7.633 +80,7%
PP Ziekenhuis/kliniek 40.837 45.436 47.821
Eil. dien. 3.792 3.909 4.544
totaal 44.629 49.345 52.365 +17,3%
PP Totale zorgkosten 110.607 122.946 127.707 +15,5%
Eil. dien. 15.347 16.750 17.689 +15,3%
PP + Eil.d. 125.954 139.696 145.396 +15,4%
Kosten van gezondheidzorg Curaçao (via BZV) over de periode 2003-2005
Bronnen:
- BZV, Begroting 2006 voor Eilandgebied Curaçao (t.b.v. rekeningcijfers 2003)
- BZV, Begroting 2007 voor Eilandgebied Curaçao (t.b.v. rekeningcijfers 2004 en 2005)
Bij de interpretatie van deze tabellen moet men zich wel bedenken dat onder de ‘totale zorgkosten’ meer kosten vallen dan die van de in de tabellen genoemde zorgaanbieders. BZV en SVB omvatten ongeveer 80% van de zorg op Curaçao.
Het valt op dat het kostenaandeel van medicijnen (25–30%) en laboratoria (5-7%) groot is. Het verminderen van deze gegenereerde kosten geeft op korte termijn de grootste kans voor betekenisvolle besparingen.
Bijlage E: Inrichting Nieuwe Belastingdienst
In deze bijlage zijn een aantal belangrijke punten opgenomen inzake de inrichting van de nieuwe belastingdienst, welke door het IVB programma 2008-2011 gefinancierd zal worden.
Belastingadministratie
Belangrijke bevindingen van de TRA voor wat betreft de huidige belastingadministratie zijn:
• De huidige belastingstructuur is fragmentarisch met vaak overlappende functies op Eiland- en Landsniveau.
• De twee Ontvangers, waar nu een ‘single window’ (één loketgedachte) wordt gebruikt voor het innen van belasting zowel op Land- als Eilandsniveau, coördineren hun werzaamheden beter dan voorheen.
• Er is veel verschil op operationeel vlak tussen de verschillende belastingentiteiten
• Curaçao heeft een hoge ratio van personeel in verhouding met de bediende populatie. Met andere woorden, Curaçao zet voor hetzelfde aantal burgers meer personeel in.
• Klantenservice krijgt doorgaans weinig aandacht.
Hogere compliance is te behalen indien de volgende operationele aspecten aangepakt worden in het kader van de Inrichting Nieuwe Belastingsdienst (een traject dat door het IVB programma gefinancierd zal worden).
- simplificatie van belastingformulieren, processen en procedures
- verbeteren van de responstijd op vragen en verzoeken van belastingbetalers,
- meer gebruik maken van het bancaire systeem, telefoon en Internet (zoals electronic filing)
- meer vakspecifieke training en hulpmiddelen bij de Inspectie der Belastingen
- introduceren management informatie om performance evaluaties te vergemakkelijken.
Informatie & Communicatie Technologie
Belangrijke bevindingen zijn:
• De Landsontvanger als de Eilandontvanger gebruiken hetzelfde informatiesysteem, elk met haar eigen administratie in haar eigen omgeving.
• De Inspectie der Belastingen verschillende niet-geïntegreerde systemen voor de afzonderlijke van de hoofdbelastingmiddelen.
• Voor wat betreft de registratie van de belastingbetaler, worden alle onderliggende data van de Inspectie der Belastingen in een databank bewaard. Elk programma heeft toegang tot de centrale database.
• Een formele samenwerkingsovereenkomst, of protocol, tussen de Land- en Eilandontvanger waarbij beide organisaties elkaar inningsproces ondersteunen is nu in werking.
• Er wordt een poging gedaan om de informatie-uitwisseling tussen de Inspectie der Belastingen en elk van de beide Ontvangers te verbeteren, zodat aanslagen en invorderingen beter gecoördineerd kunnen worden.
• Sommige operationele functies, zoals de processen om in beroep te gaan en klantenservice, worden niet ondersteund door geautomatiseerde systemen.
Aan de hand van de bevindingen uit de PRA zullen de volgende punten meegenomen aandacht behoeven: (1) strategische planning voor het gebruik van technologie, (2) geschikt personeel en benodigde skills om met IT-systemen te werken en deze te onderhouden en (3) upgrading van de vereiste IT applicaties, IT tools en IT infrastructuur.
Naast de aanbevelingen uit het PRA rapport welke de basis voor de tweede fase, de TRA, vormt, zullen de aanbevelingen van diverse actoren in beschouwing genomen worden teneinde een eenduidig fiscaal beleid en strategie te definiëren. Om dit beleid uit te kunnen voeren, zal er ook een implementatiestrategie voor de geïntegreerde Tax Reform ontwikkeld worden.
Ter bevordering van de missie van de belastingdienst worden technologische oplossingen ingevoerd om de productiviteit van de medewerkers van de belastingdienst te verhogen en om een betere service te verlenen aan de belastingbetaler.
Het verdere traject van de Nieuwe Belastingdienst Curaçao, voornamelijk het implementatietraject van aanbevelingen van de TRA, zal geschieden met financiering vanuit het programma Bestuurlijke Ontwikkeling/Institutionele Versterking en Bestuurskracht 2008-2011.
Bijlage F: Meerjarenprojecties onderstanduitkeringen
2007
ANG 2008
ANG 2009
ANG 2010
ANG
DO2 Transfers to Households
4849 Onderstand bwv pensioenen 8.700.000 9.004.500 9.309.000 9.613.500
4850 Onderstanden en noodvoorzieningen* 29.316.968 30.343.062 31.369.156 32.395.250
4850.1 Kleding & schoeisel-gelden
450.000
465.750
481.500
497.250
4850.2 AOV-toelage 13.550.000 14.024.250 14.498.500 14.972.750
DO2 Transfers to Households 52.016.968 53.837.562 55.658.156 57.478.750
• Realisatiecijfers 2005 ANG 30.700.000 en 2006 ANG 27.500.000.
Bijlage G: Pensioenparticipatie
Nederlandse Antillen 1997 2005
Werkende bevolking 78,589 76,000
Actieve deelnemers in een collectieve pensioenregeling
22,339
30,900
Werkende bevolking met pensioenregeling
28.43%
40.66%
Pensioentrekkenden binnen een collectieve regeling
11,500
Bron: Commissie Pensioenen (1997) en BNA (2005)
Bijlage H: Verplichtingen voortvloeiend uit het Programma Duurzame Economische Ontwikkeling 2005-2007
USONA ref Projectnaam Budget Totaal
verpl binnen
per 31/12/07 Raming
2004160 Succesvol ondernemen Op Curacao INTENT 3,334,330 2,985,793 348,537
2004171 Human Resources Infra. Plan. Curacao 678,050 632,966 45,000
2004176 SOP Jaarplan 03/04 MEP C-T-31 5,060,000 4,811,923 247,409
2005013 Openlucht museum Plantagecompl Savonet 6,152,405 581,159 5,571,246
2006009 Herstel Vissershavens 1,015,300 717,743 297,557
2006011 Vissershaven Piscaderabaai 1,501,862 107,289 1,137,400
2006018 Sleephelling Playa Boka Sami v02 157,269 155,266 2,003
2006040 Beach Impr. Proram IIv02 3,692,450 44,150 3,648,300
Totaal DEO Curacao 21,591,666 10,036,289 11,297,452
Bijlage I: Samenvattend overzicht maatregelen en impulsen